Blog

Dagboek van een rentenier deel 17

Naar huis
4 juni 2025 | 5 minuten lezen

Het is vrijdagmiddag en ik mag naar huis. Ik heb voor het eerst weer alle kleren aan. Ik moet wel wachten tot drie uur, want eerder hebben ze alle zaken niet voor elkaar. Joke is er om één uur en ik merk dat ik ongeduldig ben tijdens het wachten. Ik wil hier nu weg. Joke heeft beloofd om vanavond zuurkool te maken met rookworst en…een beetje zout.

De zaalarts met haar coassistent gaan er goed voor zitten om alles uit te leggen. Ik krijg lijsten met medicijnen mee. Ze drukken me op het hart dat als ik drie dagen geen medicijnen tegen de afweer heb genomen de nier verloren is. Ze willen niet dreigen hoor, maar ik moet het wel even weten. We nemen ook de lijst van producten door die ik niet mag eten. Het komt er op neer dat ik alles mag eten dat gekookt, gebakken of gefrituurd is, maar moet oppassen met rauwe dingen. Ze waarschuwen nog speciaal voor allerlei soorten schimmelkaas. Ik beloof dat ik die niet zal nemen. Als ik even licht protesteer krijg ik te horen dat ik ook blij kan zijn dat ik nu veel meer mag eten dan voor de transplantatie. Dat is waar. Maar ja, een biefstukje….. nee niet doen.

Ze raden me sterk aan om de eerste drie weken voorzichtig te zijn en nog niet in grote gezelschappen te vertoeven. Daarna kan ik dat rustig opbouwen. En ik krijg ook de afspraak voor de eerste controle mee. Die is over een paar dagen, nl de volgende dinsdag. De JJ-katheter zit er nog steeds in, want in het AMC zijn de magneetjes op waarmee ze die verwijderen. Ik krijg een oproep van het VU binnen een paar weken. We blijven nog wel even heen en weer reizen.

Dan gaan we inpakken en naar de auto. Nu word ik wel geconfronteerd met het feit dat het plassen nog niet heel soepel verloopt: het komt nog af en toe op als poepen en dan moet ik wel direct gaan. Zo niet, nou ja, laat maar zitten.

Maar als je een uur in de auto zit, kan het ineens wel erg lang zijn. Het gaat gelukkig goed. Als we thuis aankomen, hangen er slingers bij de deur, geregeld door de buurvrouw. En er worden boeketten bloemen bezorgd. De verste komt helemaal uit Zweden. Het voelt wel heel bijzonder dat we nu alleen maar bergopwaarts gaan. Dat is even wennen.

Ik ben wel moe van zo’n dag en als ik ’s avonds de medicijnen bij elkaar moet zoeken valt dat niet mee. Ik lig dan ook al vroeg in bed. Maar niet voordat ik genoten heb van de zuurkool met worst.

De dagen daarna valt het nog wel even tegen. Ik ben best snel moe en moet wel erg veel plassen. Maar de kleur van de urine is anders. Waar je al van kunt genieten.

Joke heeft me drie weken gegeven om te herstellen. In die tijd zal zij mij verzorgen en eten koken. Maar dan moet ik het weer kunnen, vindt ze. Ik mag in die tijd ook nog geen auto rijden, dus ze is voorlopig ook nog mijn particulier chauffeur.

Ik moet me op de eerste dinsdag al weer melden in het AMC. Dan ontmoet ik voor het eerst de nefroloog, die mij de komende twee jaar in de gaten gaat houden. Elke keer als ik voor controle kom moet ik een uur van tevoren bloed prikken en urine inleveren, zodat hij de uitslag heeft als we de afspraak hebben. Hij bereidt me er op voor dat dit het komende jaar de routine is.

Dezelfde week is de volgende controle op vrijdag. Nu bij de verpleegkundige die inmiddels een bekende is geworden. . Je merkt meteen dat zij meer gericht is op hele praktische zaken. Het feit dat ik nog best vaak moet plassen en dat het dan ook plotseling opkomt, herkent ze. Ze stelt me gerust, want het gaat echt over. Als Joke op de terugweg voorstelt even een paar boodschappen te doen in Nunspeet lijkt alles goed te gaan. Maar we zijn net Nunspeet uit als mijn blaas plotseling vindt dat hij moet worden geleegd. Tja, en dan is het goed dat je bijna thuis bent.

We zijn natuurlijk nieuwsgierig naar de conditie van Ineke. Zij merkt ook dat haar conditie nog niet terug is en ook zij mag, net als ik, een paar weken niet tillen. Gelukkig gaat haar herstel naar wens.

De frequentie van controle wordt snel aangepast. Het gaat allemaal goed en ik hoef pas na twee weken terug te komen.

De volgende dagen heb ik geen last van gebrek aan belangstelling. Op dinsdagavond staat het hele Vierhouter koor op de stoep om mij toe te zingen. Een hele grote verrassing. Inmiddels zijn we al drie maanden niet meer op het koor geweest. Na hun aubade vertrekken ze weer en blijf ik achter met een enorme grote bos bloemen. Het duurt nog drie weken voordat we ons weer melden bij het koor tijdens de kerstborrel. Het was een aangenaam weerzien.

Vlak voor kerst moet ik me melden in het VU om de JJ-katheter te laten verwijderen. Nu Joke weet waar dat ding zit en hoe hij verwijderd moet worden, vindt ze het erg spannend. Ze is er zenuwachtig van en heeft het beeld van een uitgebreide operatie. Voor mij is het een nieuwe ervaring om op zo’n stoel te zitten met benen in de beugels, open en bloot voor twee assistentes. Geroutineerd brengen ze een slang in en op de monitor zie ik dat ze de katheter pakken met een klein grijpertje. Vijf minuten later sta ik weer buiten. Joke is zichtbaar opgelucht. Vanaf dat moment heb ik het idee dat ik mijn blaas weer beter onder controle heb.

Met Kerst worden we uitgenodigd om te komen eten bij Dick en Wilma en bij Rien en Ineke. Voor de zekerheid sturen we de lijst van zaken die ik nog niet mag eten. Ze moeten hun menu duidelijk aanpassen. Maar ik heb heerlijk gegeten.

Ik heb besloten dat ik elke keer dat ik voor controle naar het AMC ga een saucijzenbroodje mag kopen. Ik vind dat ik dat verdiend heb. En behalve de controles, pakken we het gewone leven steeds meer op. We gaan weer zingen in het koor. Ik heb Joke wel beloofd dat ik voor eind februari geen activiteiten onderneem die op werk lijken. Daar heb ik me keurig aan gehouden, hoewel mijn hoofd er al sneller weer klaar voor was. Op 7 maart is mijn eerste werkafspraak.

We besluiten snel te werken aan een betere conditie, dus gaan we om de paar dagen wandelen. Elke keer een stukje verder. En na twee weken wandelen we toch al bijna 9 kilometer. We zijn erg tevreden over ons zelf.

Gelukkig gaan de controles in frequentie verder omlaag. In maart hoef ik pas na vier weken terug te komen en in juni pas na zes weken. En het leuke is dat mijn nierfunctie nog steeds stijgt. De top wordt bereikt in mei als hij op 45 staat. Dat is hoger dan ze hadden ingeschat.

Vervelend is wel dat mijn pogingen om de conditie te verbeteren worden belemmerd doordat ik in mijn linkerbeen steeds kramp heb. Elke keer als het gemasseerd wordt gaat het weer beter, maar het blijft niet echt weg. Over de oorzaak is men het nog niet eens. Maar we blijven zoeken.

In mei ga ik voor het eerst weer naar Thüringen om daar een groep te trainen. En dan merk ik dat nog niet alles bij het oude is. Gelukkig is Anders mee, zodat hij kan invallen als ik even moet bijkomen en ook onderweg er naar toe kan rijden.

De vakantie in Zuid-Limburg, vlak daarna, komt als geroepen. Twee weken bijkomen hadden we nodig. Wel besloten we daar om onze caravan te verkopen en in het vervolg andere vormen van vakantie te zoeken.

Als ik in september opnieuw naar Thüringen reis, merk ik dat al veel meer aan kan. Het gaat dus de goede kant op. Kan het nog beter worden? Als ik hardop zeg dat het nog wel wat beter kan krijg ik steevast de opmerking, dat ik geen dertig meer ben. Ik heb Joke gevraagd me daar niet meer aan te herinneren. Of ze zich eraan houdt? Ze zegt alleen dat het wel waar is.