Blog

Dagboek van een rentenier deel 8

Paniek in de tent
8 april 2025 | 3 minuten lezen

In de loop van het jaar zakt de nierfunctie toch wel een beetje. Het komt in de buurt van de grens die wordt getrokken om in aanmerking te komen voor transplantatie. Die grens ligt op 15 %. Maar voor een transplantatie heb je wel een donor nodig, en die heb ik nog niet.

We bespreken ondertussen ook de mogelijkheid om me op te geven voor een donornier van iemand die overleden is. De nefroloog is daar geen voorstander van. Hij legt gelukkig ook uit waarom. Mijn bloedvatenstelsel vertoont hier en daar de nodige zwakheden. Dat was ook de reden voor het dotteren en mijn hartoperatie. Daar moet dus zorgvuldig mee om worden gegaan. Bij een donornier van een overleden persoon kan het gebeuren dat je plotseling wordt opgeroepen en moet de operatie op korte termijn uitgevoerd worden. Een operatie is dan nauwelijks goed voor te bereiden. In mijn situatie is het juist belangrijk dat het goed voorbereid gebeurt en dat de chirurg precies op de hoogte is van de mogelijkheden en risico’s. Dus daar past overhaast handelen niet bij. Daarnaast is er bij donatie van een overleden persoon bijna nooit een uitgebreide screening uitgevoerd. Je weet dus niet wat een donor aan mankementen heeft meegemaakt. Een levende donor wordt zo uitgebreid gescreend dat allerlei mogelijke problemen bij voorbaat worden uitgesloten. Dus is het in mijn situatie echt belangrijk om te blijven zoeken naar een levende donor. Zo is er weer een mogelijkheid weg gestreept.

Het is inmiddels half december 2020. We hebben ons net verzoend met het feit dat we in het dorp zijn gaan behoren tot de senioren. En de consequentie is dat we een uitnodiging krijgen voor de kerstlunch voor senioren in het Dorpshuis. De eerlijkheid gebiedt dat we de afgelopen jaren al eerder een uitnodiging hadden gekregen, maar toen vonden we dat echt iets voor oude mensen. En, zoals het zo vaak gaat met zulke zaken: het is erg gezellig, dus blijkbaar horen we wel tot de doelgroep. Tijdens de lunch heb ik mijn telefoon uitgezet. De tijd dat je denkt onmisbaar en dus bereikbaar te zijn hebben we achter ons gelaten, dachten we.

Dit keer heb ik buiten de waard gerekend. Eenmaal thuis ontdek ik dat er verwoede pogingen zijn gedaan door het St.Jansdal ziekenhuis om mij telefonisch te bereiken. Ik besluit maar snel terug te bellen. Van de poli van Intern in het St. Jansdal ziekenhuis krijg ik te horen dat ze geschrokken zijn van de resultaten van het bloed- en urineonderzoek dat ik de dag ervoor heb ingeleverd. Mijn nierfunctie is plotseling gedaald naar 12, terwijl die steeds boven de 15 was. Ik moet onmiddellijk met één van mijn bloeddrukpillen stoppen en opnieuw bloed laten prikken.

De vraag is of er de laatste tijd iets is gebeurd waardoor die verandering kon gebeuren. Gelukkig herinner ik me dat ik twee weken geleden een verandering in mijn medicijnen heb gekregen: de maagbeschermer die ik slik zou mogelijk sporen van kankerverwekkende stoffen hebben en de apotheek besloot om mij een vervangend middel te geven. Ik geef de verandering door aan de poli en binnen de kortst mogelijke tijd krijg ik bericht van de nefroloog dat ik met die vervanger onmiddellijk moet stoppen. Een week later heb ik een afspraak bij hem en vlak daarvoor heb ik opnieuw bloed geprikt. Daaruit wordt geconcludeerd dat de nieuwe maagbeschermer waarschijnlijk het probleem is, want de nierfunctie is al weer een beetje verhoogd. We besluiten het een poosje zonder maagbeschermer te proberen.

De nefroloog vraagt hoe de stand van zaken is met betrekking tot het zoeken naar een donor. Ik vertel hem dat mijn neef en nicht in principe donor willen zijn maar nog niet in de screening zitten. Hij stelt voor dat weer op te starten: hij is er niet gerust op dat de nierfunctie weer op het oude niveau komt.

Ik bel naar neef Dik en nicht Ineke met het voorzichtige verzoek of zij een afspraak voor de screening willen maken. Het blijft toch heel raar om zoiets aan iemand te vragen. Zij vinden het verzoek niet raar en binnen de kortst mogelijke tijd melden ze zich bij het VU als mogelijke donor. Ze ontvangen de gebruikelijke papieren om in te vullen.

Maar dan gebeurt er weer iets onverwachts. Neef Dik wordt getroffen door een hartinfarct en komt in het ziekenhuis terecht. Zijn formulieren blijven dus leeg. Gelukkig knapt hij na een dotterbehandeling vrij snel weer op. Maar het idee van een screening is nu wel ver weg.

Eerst maar eens bijkomen van deze klap. Trouwens, de artsen raden hem een mogelijke donorschap nu ook af, natuurlijk.

Alleen nicht Ineke stuurt de formulieren op. En zij krijgt een oproep voor het eerste onderzoek, dat gepland is voor begin februari. Er is weer hoop.

Ondertussen is het al weer een tijd geleden dat ikzelf gescreend ben. Ook voor mij geldt dat de resultaten van onderzoek slechts een beperkte tijd geldig zijn. Dus wordt besloten dat ook ik weer een afspraak moet maken met de nefroloog en de vaatchirurg in het AMC. De afdelingen nefrologie van VU en AMC zijn inmiddels samen gegaan en zitten nu samen op het AMC.

Ik merk dat ik het telkens weer spannend vind hoe ze mijn bloedvaten beoordelen. Of er niet meer verkalking is opgetreden. Immers, ik ben al een keer om die reden afgewezen.