Blog

Dagboek van een rentenier Deel 4

Nieuwe hoop (juni– december 2018)
13 maart 2025 | 3 minuten lezen

In een dappere poging mijn doemdenken te doorbreken stelt Joke voor om, voordat we harde conclusies trekken, eerst te proberen een afspraak te maken met de nefroloog in Harderwijk. Ik bel de assistente op de Interne afdeling. Ze leeft met ons mee en zegt dat ze de dokter zal inlichten en zal overleggen met hem. Vlak voordat we het gesprek willen beëindigen zegt ze: ”Ik zie de dokter net aankomen, momentje”. En even later meldt ze: “De dokter stelt voor om morgen bij hem langs te komen voor overleg. Schikt het om drie uur?” We zijn verbaasd en blij met de snelle actie. Natuurlijk kunnen we morgen om drie uur. Graag zelfs.

Het is heel fijn dat we snel bij de nefroloog terecht kunnen. Als we bij hem komen heeft hij de informatie inmiddels ook gekregen. We zijn erop voorbereid om te bespreken hoe nu verder, nu de optie voor transplantatie voorbij is. Maar die conclusie trekt hij niet. “We weten nu hoe Utrecht erover denkt, maar er zijn meer mogelijkheden”, begint hij. Hij wil een ander ziekenhuis raadplegen voor een second opinion. Hij denkt aan het VU in Amsterdam of het UMCG in Groningen. “Hebben jullie een voorkeur?” vraagt hij. Zelf stelt hij voor het eerst in Amsterdam te proberen, omdat ze in het VU gespecialiseerd zijn in bloedvaten. Ons idee dat we het ook moeten hebben over andere oplossingen wijst hij resoluut af. “Zover ben ik nog lang niet”, is zijn conclusie. We spreken af dat hij contact opneemt met het VU.

Een beetje beduusd verlaten we het ziekenhuis. Buiten schijnt de zon. Of is dat alleen mijn beleving? Voor de tweede keer in korte tijd merk ik dat ik mijn gedachten en perspectief moet bijstellen. Natuurlijk is het nog niet zeker, maar we hebben weer hoop. En die hoop baseren we op het optimisme van de nefroloog. Hij geeft wel aan dat we gelukkig ruim in de tijd zitten, omdat er nog geen sprake is van spoed. Mijn nierfunctie zit nog steeds rond de 20.

Wachten duurt altijd lang, maar in augustus worden we gebeld vanuit het VU om een afspraak te maken bij de nefroloog en de vaatchirurg in het VU-ziekenhuis in Amsterdam. Er is geregeld dat het allemaal op dezelfde dag kan.

Op 18 september reizen we naar Amsterdam. Het is even zoeken in het kolossale ziekenhuis. We beginnen weer met een gesprek met de verpleegkundige. Behalve alle bekende verhalen kan zij Joke vooral verder helpen met haar vragen over doneren van een nier. En voordat er al een conclusie is getrokken over mijn situatie vindt de verpleegkundige het een goed idee om een afspraak met Joke te maken voor de screening. Het screeningsproces van de donor en van de ontvanger is volledig gescheiden. Het is ook niet de bedoeling dat ik bij de volgende afspraken van Joke ben. We zijn onder de indruk van de vriendelijke en voortvarende manier waarop we ontvangen en bejegend worden. Alleen loopt het spreekuur van de nefroloog erg uit. We gaan daarom maar eerst naar de vaatchirurg.

Hij heeft de scan en de onderzoeksresultaten vanuit Utrecht al bestudeerd en komt tot de conclusie dat er inderdaad een paar opstoppingen zitten in de slagaders. Hij kijkt nog eens goed en constateert dan dat het geen probleem hoeft te zijn. “We moeten alleen eerst even die slagaders weer vrij maken”. Het klinkt alsof het voor hem een simpel klusje is. “En ik zie wel mogelijkheden om een nieuwe nier aan te sluiten”. Eigenlijk begrijpt hij het probleem van Utrecht niet. ”Ik wil alleen wel eerst dotteren en dat kunnen we op korte termijn doen”. Ik slaak een zucht van opluchting. Hij wijst mij niet af!

Hij waarschuwt alleen dat het even kan duren voordat er gedotterd kan worden, want het is erg druk. Ach, dat maakt ons niets meer uit. Hij zegt dat we maar vast tegen de nefroloog moeten zeggen, dat hij geen bezwaar heeft.

Fluitend gaan we op weg naar de nefroloog. Hij vraagt meteen wat de vaatchirurg heeft gezegd. Blijkbaar vindt hij het ook wel spannend. Hij besluit mij vluchtig te onderzoeken en hij stelt mij een aantal indringende vragen. En weer komt die vraag waarom ik een nieuwe nier zou willen hebben. Dan vraagt hij of ik me besef dat het ook mis kan gaan. Ja, natuurlijk kan dat. Hij is tevreden met mijn antwoord dat het niet het eerste is dat mij bezig houdt. Dan concludeert hij dat hij alles overziend het ook wel ziet zitten.

Een uurtje later zijn we weer onderweg naar huis met een heel lijstje met afspraken. Joke gaat binnenkort alleen voor de eerste screening en eind december sta ik op de rol voor de dotterbehandeling. Brederode zei het al in vroeger tijden, maar het geldt nog steeds: Het kan verkeren.