Print blogartikel
Blog
1. Waarom een nier afstaan?
ik hoorde op de radio een interview met iemand die anoniem een niet gedoneerd had. Dat wil zeggen: een van zijn nieren is getransplanteerd bij een nierpatiënt die hij niet kent. Ik hoorde wat hij zei en dacht: dat ga ik ook doen!
15 mei 2025 | 2 minuten lezen
In het interview legde hij in een paar woorden uit waarom hij dat gedaan had. Hij kon best een nier missen, en een goede nier kan het zware leven van een ernstige nierpatiënt enorm verbeteren. Dat inzicht liet ik tot me doordringen, en dat bracht me tot mijn besluit.
Hoe kwam ik daar zo bij? Waarschijnlijk het gevolg van een aantal dingen die ik meegemaakt heb. Ik zet ze op een rij.
Er was een student bij de opleiding waar ik werkte die nierpatiënt was. Dat kon je wel zien: hij zag er bleek en ongezond uit. Ooit vroeg ik me af: zou ik hem een nier moeten aanbieden? Het bleef bij die gedachte. Veel later zag ik hem eens, hij zag er veel beter uit, heeft dus waarschijnlijk een niertransplantatie ondergaan.
Mijn vader leed aan longfibrose, een ongeneeslijke en dodelijke aandoening. Zou ik hem een stuk van mijn long moeten aanbieden? Daar heb ik aan gedacht, niets mee gedaan.
Een collega had een ernstige aandoening aan zijn lever. Zou ik hem een stuk van mijn lever moeten aanbieden? Alleen aan gedacht, niets mee gedaan.
Een goede kennis vertelde dat zij een nier aan haar echtgenoot had afgestaan, en ze zei daarbij: dat kan iedereen doen! Eén nier is genoeg, daar kun je prima mee leven.
Allemaal voorvallen die me aan het denken hebben gezet maar waar ik niets heb gedaan. Nu was ik er kennelijk aan toe om wel iets te doen.
Hoe keek ik tegen het risico van de ingreep aan? Daar maakte ik mij weinig zorgen over. Deels door een ingebouwd optimisme, deels door een aantal ervaringen.
Ten eerste: ik heb goed vertrouwen in artsen. Dat komt doordat ik diverse artsen van nabij ken en heb gekend: mijn vader, mijn oom, mijn jongste broer, mijn zus. Mijn vader nam me wel eens mee op zondag naar het ziekenhuis, waar hij zijn patienten bezocht. Zo leerde ik al jong een ziekenhuis van binnen kennen.
Verder ben ik lange tijd bloeddonor geweest, waardoor het idee van iets afstaan wat je kunt missen en waar een ander wat aan heeft vanzelfsprekend werd.
Ik heb ook geprobeerd wat rationeler over de risico's na te denken. Het verwijderen van een nier wordt gezien als een routine-operatie met een zeer beperkt risico, mede door de keuring die daaraan voorafgaat. Meestal gaat zo'n ingreep goed en herstel je vrij vlot en volledig. Maar … een enkele keer gaat het niet zo goed, helaas. Op nieren.nl zijn daar verhalen over te vinden.
Het ergste wat er kan gebeuren is dat je het niet overleeft: dat schijnt wel eens gebeurd te zijn. Goede gegevens daarover heb ik niet kunnen vinden, maar ik heb wel meer dan eens gehoord: kans op overlijden aan een routine-operatie is 1 op 3.000. Dat is een kleine kans, maar waar kunnen we dat mee vergelijken? Enig rekenwerk leert: als je 10 jaar deelneemt aan het verkeer in Nederland, is je kans op overlijden aan een verkeersongeluk ook ongeveer 1 op 3.000. En dat is een risico dat de meeste mensen en ik geneigd zijn te accepteren.
Tot zover hoe ik tot mijn donatie kwam. In de volgende aflevering vertel ik hoe mijn omgeving reageerde op mijn besluit.



