Blog

Die k*tmedicatie

Hoewel mijn man na de transplantatie van een heleboel pillen af was, kwamen er natuurlijk ook een hoop medicijnen bij: immunosuppressiva, virusremmers... en steeds weer in wisselende dosering. Elke dinsdagochtend - nadat de tacrospiegel bekend was - zette
12 mei 2024 | 1 minuut lezen

Op zijn zevende kreeg mijn man de diagnose diabetes type 1. Ik denk dat alleen mensen met diabetes weten hoe allesoverheersend diabetes kan zijn. Je moet continu letten op wat je eet, wat je drinkt, wat je meet, wat je spuit. Nooit eens pauze. Uit de band springen, of zelfs gewoon even niet opletten, wordt onmiddellijk bestraft met hypers of hypo's.

Mijn man had een haat-liefdeverhouding met zijn diabetes.

De liefde zat 'm in het feit dat hij zijn diabetes - de uiterste grenzen opzoekend, dat wel - meestal onder controle had. En in het feit dat hij talloze mensen geleerd heeft hoe om te gaan met hun diabetes.

De haat zat 'm in het afhankelijk zijn. Afhankelijk moeten zijn van insuline om te overleven.

Mijn man hield niet van afhankelijk zijn.

En nu... nu met zijn nieuwe nier, was hij óók nog afhankelijk van immuun-onderdrukkers en antivirusmedicatie, voor de rest van zijn leven.

Hij slikte zijn pillen met lange tanden. Toen ik een keer opmerkte dat ik een prednisonpilletje op de badkamervloer had gevonden, zei hij met een stalen gezicht: "Die was vast niet van mij!"