Print blogartikel
Blog
(2) Valse hoop
Na het slechte nieuws volgde een spannende week met onderzoeken en enkele hoopvolle uitslagen.
16 september 2021 | 2 minuten lezen
Ons verhuisweekend bood een goede afleiding van het eerdere slechte nieuws dat ik had gekregen op donderdag. Gezellig met familie alles oververhuizen, vol enthousiasme ons appartement inrichten en er vervolgens enigszins teleurgesteld achterkomen dat het ontspullen toch niet zo goed gelukt is, voor de zoveelste keer rondstruinen in de Ikea, uitrusten op ein-de-lijk ons eigen terrasje en bovenal genieten van het feit dat we überhaupt een nieuw stekkie hebben. De scherpe randjes van het slechte nieuws waren er na dat weekend wel af, heerlijk!
Goed nieuws!
De maandag daarna was mijn niersituatie weer iets meer top-of-mind, door een afspraak in het ziekenhuis. Tot mijn verbazing kreeg ik daar verrassend goed nieuws: de nierfunctie was gestegen naar 18%. Hoera, geen afstoting waarschijnlijk! Anders had de nierfunctie in principe verder gedaald moeten zijn. Om te zien of die stijgende lijn zich in het weekend had doorgezet, ging ik nog een keer bloedprikken.
Dinsdag kreeg ik de uitslag, samen met het resultaat van de echo die diezelfde dag was gemaakt. Wat bleek? De nierfunctie was in mijn verhuisweekend verder opgelopen naar 19%. Beter nieuws had ik niet kunnen krijgen. Gekscherend zeg ik wel eens dat het zo lang goed is gegaan met mijn nier doordat ik er weinig stress om heb en gewoon mijn leven leef als ieder ander. Dat vrolijke verhuisweekend bewijst dat maar weer eens; het heeft mijn nier kennelijk goed gedaan ;) Op de echo was trouwens niets afwijkends te zien. Nee, de nier was niet in heel goede staat. Maar dat was 'ie helaas al niet. Dus ook dit was goed nieuws.
Dit alles gaven de artsen en mijzelf goede hoop. De kans dat de nierfunctie weer op z'n oude niveau van 25% zou komen, achtten de artsen klein. Maar (1) rond de 20% klinkt toch wat 'veiliger' dan 16%, en (2) zo'n uitspraak heb ik eerder gehoord ("deze nier gaat het waarschijnlijk geen 5 jaar volhouden") en toen bewees ik de artsen ook al eens ongelijk.
Bijna terug bij af
Om zeker te weten dat het niet om afstoting ging, zou ik maandag nog wel een keer moeten bloedprikken. Mijn vriend en ik maakten ons daar niet zoveel zorgen om. We probeerden wel realistisch te blijven en bespraken ook het wat-als-scenario. En ja, er zaten momenten tussen dat ik het niet goed van me kon afzetten. Maar stiekem waren we vol vertrouwen. En stel je voor, grapten we nog, hoe toevallig was het dat ze precies geprikt hadden op het moment dat mijn nierfunctie 16% was? Als ik een maand later controle had gehad, dan hadden we misschien niets van dit alles meegemaakt. Gek idee, toch?
Flink balen dus toen het toch iets anders liep. Dinsdag 31 augustus kreeg ik te horen dat de nierfunctie iets was gedaald naar 17%. In het Radboudumc maakten ze zich daar zorgen om, dus wilden ze me daar donderdag graag zelf zien. Hoewel de uitslag me enorm tegenviel, vond ik het tegelijkertijd een prettig idee dat ik naar Nijmegen kon voor een consult. Tot nu toe wisten ze namelijk telkens niet goed wat ze met de uitslagen moesten. Dat voelde onzeker en bood weinig perspectief. Nu zou ik voor mijn gevoel antwoord krijgen op de vragen wat er aan de hand was en, belangrijker nog, of er wat aan gedaan kon worden.

