Print blogartikel
Blog
(29) De shunt is aanstaande
Hoewel de ergste katheterproblemen achter de rug zijn, ontkom ik echt niet aan een shunt. De voorbereidingen zijn daarvoor gestart.
26 juli 2024 | 3 minuten lezen
Van uitstel komt afstel. Tenminste, zo hoopte ik nog een hele tijd. In de tijden van de katheterproblemen (lees: een machine die om de haverklap op hol sloeg, verstopte kunstnieren, niet al je bloed terugkrijgen, enz.) was het handig geweest de arts te spreken. Die liet alleen uitgerekend nu een maand op zich wachten. En geloof het of niet, net toen zij "weer eens" op visite kwam, liep de katheter prima. Niks aan de hand.
Ik kreeg al een maand lang vrij sterke antistolling in de katheter, misschien dat dat eindelijk z'n vruchten begon af te werpen. Het kan ook zijn dat er toch een liggingsprobleem was en de katheter wellicht iets is verschoven. Zeker weten doen we het waarschijnlijk nooit. Intussen was ik al langzaam gewend aan het idee van een shunt en vond ik het steeds iets minder erg. Maar omdat de dokter wist dat ik toch het allerliefst de katheter zou behouden, besloot ze het 2 weken aan te kijken.
Had ik nog enige hoop dat ik geen shunt nodig had, werd in die 2 weken wel duidelijk dat die maandag echt een toevalstreffer was. Dus zette 2 weken later de dokter de voorbereidingen in gang voor een shunt.
Dunne vaten
Een week later al stond een duplex-echo gepland. Ze maken hierbij een echo van je hele arm om te kijken waar ze een shunt kunnen aanleggen. Ofwel, welke vaten hiervoor geschikt zijn en op welke plek (onder- of bovenarm). Dat onderzoek duurde iets langer dan een uur. Al snel werd duidelijk dat ik vrij dunne vaten heb en daarom moesten beide armen worden onderzocht.
De vrijdag daarvoor hadden ze mijn arm bont en blauw geprikt op de spoed (kom ik aan het eind van dit blog nog op terug), omdat een infuus maar niet wilde lukken. Toen ik de duplex-onderzoeker vertelde hoe dat precies ging, vertelde hij glimlachend dat hij dat precies terugzag in mijn vaten. Dat bijvoorbeeld links in mijn elleboog de verpleegkundige het infuus niet kon opvoeren, 'dat kan wel kloppen, want in de bovenarm wordt je ader een stuk dunner'. Fascinerend.
Meteen daarna stond een gesprek bij de chirurg gepland. Eigenlijk iets te vroeg, want hij had nog geen tijd gehad om te overleggen in het "vatenoverleg" die middag. Maar hij vertelde dat het er niet goed uitzag; dat al m'n vaten te dun zijn voor een shunt. Ai. Ik wilde dan wel geen shunt, dat het niet zou kunnen was ook niet de bedoeling. Dat beperkt de opties nogal. Voor nu maakte ik me niet zo'n zorgen, ik zou altijd nog een nieuwe katheter kunnen krijgen. Maar stel dat ik over tientallen jaren weer opnieuw zou moeten dialyseren? Het houdt een keer op met de opties voor vaattoegang als je geen shunt kunt krijgen. Al is natuurlijk PD (buikdialyse) dan nog een optie. Er was dus geen man over boord, maar dat een shunt mogelijk is, zou toch prettig zijn.
Eén geschikt bloedvat
Toen een mede-dialysepatiënt later die week vroeg of ik een shunt kreeg, antwoordde ik dus dat dat hoogstwaarschijnlijk niet ging gebeuren. Een verpleegkundige ving dat op en die kon mij - stiekem - alvast geruststellen. Zij was die maandag bij het vatenoverleg geweest en uiteindelijk hadden ze één vat in de rechterbovenarm gezien dat precies 2 mm was (de minimale ondergrens voor een shunt). Dat nieuws gaf wat opluchting. Bovendien is het voor mij eigenlijk de perfecte oplossing, want een shunt in de bovenarm kun je makkelijker bedekken dan een shunt in de onderarm. Pakt het allemaal redelijk goed uit, gelukkig.
Nu heb ik maandag opnieuw een gesprek met de chirurg als voorbereiding op de ingreep. Ik hoop dan ook te horen wanneer de ingreep ongeveer zal plaatsvinden. Al dat gedoe; laat het dan nu ook maar snel gebeuren.
Hoe gaat het verder?
Qua gezondheid blijft het goed gaan. Op de goede dagen voel ik me ook écht goed, ik sport 1-3x per week, ik werk weer aardig wat en ik weet steeds beter wanneer ik even rustig aan moet doen. Meestal vlak na de dialyse en de ochtend daarna. Soms voel ik me de ochtend wonderbaarlijk goed, dan is dat mooi meegenomen.
Enige nadeel is dat ik weer terug ben aan de prednison. Dat valt me echt tegen. Ik had af en aan koorts, thuis na de dialyse. Eén keer was de koorts zo hoog dat ik moest bellen i.v.m. de katheter - dan zijn ze bang voor een infectie in die katheter. Ik was nog niet thuis van de dialyse of ik kon dus alweer terug naar het ziekenhuis. Mooi balen. Uiteindelijk leek er niet veel aan de hand en werden we om half 3 weer ontslagen.
De uitslagen lieten wel iets van een lichte infectie zien. De arts legde uit dat het zou kunnen dat ik die moeilijk zelf opruim, omdat ik lange tijd prednison heb gehad en nu een "tekort" heb aan het bijnierschorshormoon. Prednison vervangt dat volgens mij een soort van, daarom moest ik dat ook langzaam afbouwen en kon ik daar niet in één keer mee stoppen. Hoe dan ook, ik moest opnieuw aan de prednison. En dat heb ik geweten. Ik had meteen een slapeloze nacht, zweetaanvallen en in de ochtend zulke slappe spieren dat ik de ochtend eerst een uur letterlijk met knikkende knieën liep. En op een woensdag had ik na het sporten opeens de hele dag verkrampte spieren, kon ik bijna niet lopen en de taxi niet uitkomen. Ik heb me wel eens jonger gevoeld.
Ik merk het ook met sporten: meer spierpijn, minder kracht in m'n handen, allemaal dat soort dingen. Heel bijzonder. De ergst bijwerkingen zijn nu wel weer weg, maar het heeft weer eens bevestigd wat een rotmedicijn het is. Blij als ik daar vanaf ben.




