Blog

De laatste looping

21 dagen voor de operatie: Een onverwachte wending, ik ga doneren!
2 september 2023 | 2 minuten lezen

Vanaf die dag begin ik weer plannen te maken. We hebben 3 dagen na de beslissing met m’n broertje nog een afspraak in het ziekenhuis, om te kijken of zij goed matchen. Ik zie dit als een formaliteit, ook omdat ze al hebben aangegeven dat de HLA typering niet perse een reden is om voor de een of de ander te kiezen.

Ik bedenk me dat ik die avond genoeg tijd heb om een vakantie te boeken, begin te rekenen binnen hoeveel tijd ik weer een ultraloop kan trailrunnen als ik m'n training wat opschroef en maak weer afspraken met vrienden.

In het ziekenhuis wacht mijn zwager beneden op ons. M’n broertje vertelt even later dat hij gespannen is of een transplantatie überhaupt mogelijk is. Ik begrijp de spanning, maar zie t probleem niet zo, er zijn antistoffen bij m’n zwager gevonden, maar ik heb hier nog nooit van gehoord en heb met dat scenario helemaal geen rekening gehouden.

Voor mij voelt het een beetje nutteloos om een ochtend bezig te zijn met reizen, alleen om te vertellen dat ik het niet ga doen. Dan start de arts haar verhaal: “Hebben jullie een voorkeur voor de donor?” Mijn broertje antwoordt dat hij t graag gaat doen. Zij: “Je partner heeft antistoffen en dat kan betekenen dat een van jullie minder geschikt is.”

Ze praat even door, maar ik ga even verzitten. "Minder geschikt"?

En ze begint met de uitslag van de match van m’n broertje. Mijn gedachten schieten heen en weer, 'minder geschikt' en ze begint bij hem; dat kan eigenlijk maar 1 ding betekenen: Ik ga mijn nier afstaan. Even slikken!

Er volgt een lang verhaal over alle HLA matches en over antistoffen, maar na 3 geduldige verdiepingsslagen op dit onderwerp trek ik de conclusie dat dit mijn pet ver te boven gaat en onthoud vooral de kernboodschap: mijn broertje kan doneren, maar is door de reactie van de antistoffen een (beduidend) slechtere match dan ik.

We hadden vooraf duidelijk afgesproken dat we voor de beste match zouden gaan en ik spreek dan ook direct uit dat ik het dus ga doen. Mn broertje kan het nog niet helemaal bevatten en ik voeg er snel aan toe dat hij er misschien nog een nachtje over wilt slapen. Hij stelt nog allerlei vragen over zijn mogelijke hersteltijd, maar ik raak afgeleid: ik ga mijn nier afstaan!

Wederom was het een heel prettig gesprek. We spreken de nefroloog nog even los van elkaar, en spreken de verpleegkundig specialist ook even alleen. Alles gaat rustig en voor alle vragen is er ruimte.

Dan lopen we de afdeling af. Mijn broertje vraagt of we nu gelijk moeten wandelen om te overleggen wie het gaat doen. We praten een paar minuten en besluiten dan om eerst m'n zwager te vertellen dat het überhaupt kan: hij moet op zijn van de spanning.

Als we hem zien is dat een van de meest intense momenten van m'n leven. Zijn ontlading dat de donatie mogelijk is, een beetje teleurstelling dat een donatie van mijn broertje ongunstig is, de opeenvolging van knuffels, tranen, verhalen en het eindeloos herhalen daarvan: het is een bijzondere samensmelting van ons drieën.

Dan: anderen hierover vertellen. M'n vriendin belt en schrikt, zij was de enige buiten ons drieën die wist van de voorkeur voor m'n broertje. Ze staat er helemaal achter en zei zelfs de vorige avond dat gezien de situatie ik het misschien beter kan doen dan m'n broertje, maar het is even een schok. Ik besluit die middag om naar haar werk te gaan om even bij te komen.