Blog

Dagboek van een rentenier deel 15

Het gaat eindelijk gebeuren
2 juni 2025 | 8 minuten lezen

Het is woensdagmiddag als de telefoon gaat: het is de verpleegkundige van het AMC . Ze heeft nieuws. Het team heeft uitgebreid over mij vergaderd en in alle wijsheid besloten dat ze stoppen met testen. De virusdeeltjes die er nu nog zijn kunnen naar alle waarschijnlijkheid geen kwaad meer en het transplantatieteam heeft besloten dat de operatie op 10 november door gaat.

Ik ben er even stil van.

Dit is mooi nieuws. Ze gunt mij de eer om Ineke te bellen met dit mooie nieuws. Eindelijk zekerheid.

We moeten echt even omschakelen: eerst ben je vooral gefocust op het testen en de testuitslag, nu gaat die focus op de operatie. Een paar dagen later belt de nefroloog van het AMC me nog om mij te verzekeren dat er volgens haar geen extra risico is. De virusdeeltjes die er nu nog zijn, zijn waarschijnlijk dode restanten. Het team heeft overleg gehad met andere instituten om ervaringen uit te wisselen. Men heeft in het AMC nog geen andere gevallen gehad waar het zo lang duurde voordat het virus weg was. Voor alle zekerheid besluiten ze om mij na de operatie alleen op een kamer te leggen zodat ze direct kunnen ingrijpen als ik toch verschijnselen van corona mocht krijgen. Maar dat verwachten ze niet.

De nefroloog maakt meteen gebruik van ons contact om mij te vragen of ik mee wil doen met een wetenschappelijk onderzoek. Daarin onderzoeken ze of transplantatie-patiënten van oudere leeftijd ook toe kunnen met minder medicijnen tegen de afstoting. Ze stuurt wat informatie over het onderzoek. Natuurlijk wil ik wel meedoen, maar de informatie zorgt er ook voor dat ik wat ongeruster wordt. Allerlei bijverschijnselen komen meer voor bij oudere transplantatiepatiënten. Nou ja, ik hou me maar vast aan wat de vaatchirurg zei: transplantatie geeft meer voordelen dan nadelen. En het alternatief is ook niet aantrekkelijk.

Naarmate de datum dichterbij komt merk ik dat ik wel zenuwachtiger word. Ik kan mij niet herinneren wanneer ik zo gespannen was als nu. Laat het maar snel zover zijn.

Opnieuw informeren we iedereen die meeleeft. Van het koor krijgen we een hele grote kaart met allerlei lieve berichten. Daar zijn we vanaf september niet meer geweest. En iedereen hield afstand en durfde niet op bezoek te komen. Op één uitzondering na: dorps- en koorgenoot Jan kwam elke week een kopje thee drinken en hield gepaste afstand. Hij weigerde om zich tegen te laten houden door de covid. Zo bleven we ook op de hoogte van het wel en wee in het dorp.

Ondertussen moet er nog van alles geregeld worden. Joke is zich helemaal aan het voorbereiden op een veelvuldig reisje per auto naar het AMC. En dus wordt de te rijden route helemaal uitgeschreven.

We vinden het met de dag spannender en dat geldt natuurlijk ook voor Ineke. Joke vraagt John en Marjolein om haar te ondersteunen op de dag van de operatie en Rien en Ineke komen de dagen daarna. We hebben begrepen dat de eerste dagen na de transplantatie het meest spannend zijn. En Joke is geen held als ze op bezoek moet bij iemand die net geopereerd is. Na mijn hartoperatie lag ze al bijna naast mij in bed op de Intensive Care.

Ik vind het in ieder geval een geruststellend idee dat ze die dagen niet alleen is. Ze leeft zo intens met me mee dat het ook voor haar zware tijden zijn.

We moeten ons in de ochtend van 9 november om 11 uur in het AMC melden. Zwijgzaam rijden we naar Amsterdam. Joke rijdt, want ze wil nog één keer zeker weten dat ze de route helemaal kent. In de auto ligt een briefje met een uitgebreide routebeschrijving. Ze is van plan om elke dag op bezoek te komen. Ik probeer even om die frequentie te beperken, want dat is wel een hele opgave. Maar zoals ik al vreesde, krijg ik geen enkele kans haar op andere gedachten te brengen. Nou ja, ik ben al lang blij dat ze de komende dagen niet alleen is.

Met Ineke spreken we af dat we iets eerder komen, zodat we elkaar nog even kunnen zien. Ineke wordt begeleid door haar zus Riek. Om precies 10 uur zitten we in het restaurant aan de koffie. We praten niet veel. Ik voel de spanning oplopen.

Ineke komt op een andere afdeling te liggen dan ik. Daar schijnen ze allerlei redenen voor te hebben. Dus na de koffie nemen we voorlopig afscheid bij de lift. Ik moet naar F7, de afdeling Nefrologie. Ineke ligt op G8, afdeling Chirurgie.

Als we op de afdeling aankomen staan ze ons al op te wachten. Ze hadden ons al om 10 uur verwacht. Misverstandje dus. Vanaf het moment dat ik op mijn eenpersoons kamer ben aangekomen is het een drukte van belang. Allerlei mensen komen binnen lopen om van alles te regelen. Er wordt bloed afgenomen, en ik krijg nog allerlei instructies.

Belangrijk is ook dat mijn deelname aan het wetenschappelijk onderzoek geregeld wordt. Ik moet daarvoor allerlei formulieren invullen en krijg ook daar nog voorlichting over. Zodra ze mijn gegevens invoeren wordt bepaald of ik tot de groep ga horen die minder medicijnen krijgt of tot de controlegroep. Na een paar uur komt het verlossende bericht: ik hoor tot de experimenteergroep. Dat is een meevaller.

In een academisch ziekenhuis krijg je onherroepelijk te maken met artsen en verpleegkundigen in opleiding. Maar wie ben ik als onderwijsman dat ik daar bezwaar tegen zou kunnen hebben. Gevolg is wel dat ik een compleet lichamelijk onderzoek krijg, uitgevoerd door twee beginnende artsen onder leiding van een ervaren zaalarts. Het wordt een compleet college, want hij blijft hen vragen stellen en geniet er zichtbaar van als hij iets kan uitleggen wat ze nog niet wisten. Gevolg is wel dat het onderzoek best lang duurt. Gelukkig vinden ze geen verrassingen. Ik mag dus door naar de volgende ronde.

In de loop van de middag komt ook de coördinerend verpleegkundige even kennis maken. We hebben elkaar regelmatig gesproken en ook gezien via de video, maar nu eindelijk een keer in levende lijve. Ze zegt dat ze ook opgelucht is dat het nu echt gaat gebeuren. Ze vertelt dat ik wel erg vaak in het artsenoverleg besproken ben. Ik vind het prettig te merken dat ze zo betrokken is. De afgelopen maanden was zij toch het enige contact dat ik met het AMC had en belangrijk was, dat zij de moed er steeds maar in bleef houden.

Aan het eind van de middag meldt de vaatchirurg zich. Hij heeft er duidelijk zin in. Ik vraag hem welke risico’s er aan de operatie zijn. Immers ik heb maar een klein stukje slagader, waar de verbinding gemaakt kan worden. En stel dat er toch iets van die verkalking los laat…. Dan is de nier misschien helemaal niet meer nodig, vrees ik. Maar de chirurg is een beetje verontwaardigd: hij zegt dat hij heel goed weet wat hij doet en geen extra risico ziet. Goed, ik kan niet anders dan hem maar vertrouwen.

Op het moment dat het avondeten wordt gebracht komt het hoofd van de afdeling Nefrologie binnen. Hij ziet wat er op het menu staat en stuurt meteen het eten weer terug. Hij wil niet dat ik op het laatste moment nog teveel eiwitten en fosfaten binnen krijg. Duidelijk geïrriteerd zegt hij tegen de brenger van het eten dat ze maar iets anders moeten verzinnen. Ik dacht dat ik van dat gezeur van fosfaten en eiwitten wel af zou zijn, maar ik had buiten deze arts gerekend.

Als hij vertrokken is komt de verpleegkundige terug met hetzelfde eten. Hij heeft nagevraagd wat een alternatief zou kunnen zijn , maar de keuken kan niets anders meer bieden. Dus heeft hij besloten om mij geen honger te laten lijden. En dat is zeker prettig, omdat dit de laatste maaltijd is die ik voor de operatie krijg. Overigens valt het eten nogal tegen, want er is in alle wijsheid besloten dat ik een zoutarm dieet krijg. Dat houdt in dat ik de hele dag gewoon kan eten, maar dat de warme maaltijd zonder één enkel korreltje zout is. En dat maakt het niet bepaald smakelijker. Ik vraag me trouwens wel af waar dit goed voor is: ik heb allerlei beperkingen gehad het afgelopen jaar, maar zoutarm was nooit nodig. De bloeduitslagen gaven zelfs een lage natriumspiegel aan.

Joke vertrekt aan het begin van de avond. Ze moet direct in het donker terug. En al is het misschien overdreven, ik vond het afscheid deze keer lastig.

Vlak voor elf uur komt de verpleegster nog even vragen of ik iets wil drinken, want na twaalf uur is het voorbij met de pret van eten en drinken. Ik mag morgenvroeg alleen een slokje water bij de pillen. En ik ben pas rond twaalf uur morgen aan de beurt voor de operatie. Ze vinden het handiger om eerst Ineke te opereren.

DE volgende ochtend, 10 november dus, geniet ik vanuit mijn bed van de zonsopgang en het uitzicht over Amsterdam.. Een prachtig gezicht. Ik heb het gevoel dat ik eigenlijk best rustig ben. Maar wachten duurt lang. Behalve de gewone rituelen als bloeddruk en temperatuur opmeten en de gebruikelijke pillen, gebeurt er niet zoveel. Ineke zou om half negen aan de beurt zijn. Het blijft een apart idee dat iemand die gezond is zich laat opereren voor mij.

De verpleegster komt om instructies te geven over de operatie. Ik krijg het speciale niets verhullende operatiehemd en we overleggen waar ik mijn waardevolle spullen kan achterlaten. De kamer zal namelijk tot morgen leeg zijn, omdat ik na de operatie in ieder geval een nacht ter observatie op de Verkoeverkamer blijf. Ik merk dat iedereen op de afdeling het allemaal als een routinezaak beschouwt. De verpleegster snapt dat ik het heel anders beleef. Ze probeert me gerust te stellen met het verhaal dat ze zo’n transplantatie heel vaak (wel 200 keer per jaar) meemaken en dat ze nog niet heeft meegemaakt dat er iets mis is gegaan. Of dat waar is weet ik niet, maar het helpt wel een beetje. Ondertussen probeer ik me voor te stellen hoe ik me straks zal voelen met die nieuwe nier. Minder moe misschien? Maar hoe voelt minder moe dan? Ik weet het echt niet meer. Die moeheid is er in een paar jaar langzaam ingeslopen, waardoor ik eigenlijk niet meer weet hoe het is om niet moe te zijn.

Om half elf is er plotseling nieuws: ik moet naar de operatiekamer gebracht worden. Dat is vroeg. Ik vraag nog of het met de operatie van Ineke dan allemaal goed is gegaan. Maar ik realiseer me dat ik niet zou worden opgehaald als het niet goed was. Nu voel ik mijn hart in de keel kloppen. Snel worden mijn spullen opgeborgen bij de receptie en voordat ik het me goed besef word ik door de gangen van het AMC gereden. We komen langs de hal, waar men heerlijke verse broodjes aan het bakken is. Dat is gemeen als je sinds gisteravond niks te eten hebt gehad.

Ik word geparkeerd in de wachtkamer, waar zeker vijf anderen op hun operatie wachten. Als ik er net lig komt er een arts in blauwe kleren die op zoek is naar zijn volgende patiënt. Hij loopt op een vrouw af en vraagt hoe ze heet. Oké, dan moet hij een ander hebben.

Na een poosje wachten komt een verpleger naar mij toe. Hij vertelt dat de operatie van Ineke bijna klaar is en dat ik waarschijnlijk binnen een half uur aan de beurt ben. Hij neemt mijn bloeddruk op en constateert dat ik het blijkbaar spannend vind. De bovendruk is boven de 200. Ik heb gisteren ook toestemming gegeven voor deelname aan een onderzoek over bloeddruk tijdens de operatie. Daarvoor staan nu twee onderzoekers naast mijn bed, die een apparaatje verbinden aan de bloeddrukmeter. Ik zal van hun onderzoek niets mee krijgen, want dan ben ik onder zeil. De verpleger probeert mij gerust te stellen. Hij vertelt dat hij Ineke ook heeft voorbereid en naar de operatiezaal heeft gebracht. Ik hoor dat er 25 operatiezalen in het AMC zijn. Dat zal nog even zoeken worden, suggereer ik. Maar hij weet gelukkig dat ik op no. 24 moet zijn.

Dan is het tijd om naar de operatiekamer te gaan. Daar is het een gezellige boel met allerlei letterlijk en figuurlijk goedgemutste mensen. Het is er best fris. Er staat een muziekje op. Ik word voorbereid op de operatietafel. De anesthesist komt bij me zitten om weer uit te leggen wat hij gaat doen. Hij zegt er steeds bij te blijven, maar dat kan ik toch niet controleren.

Als de chirurg binnenkomt vraagt hij direct of er een ander muziekje op kan. Dan loopt hij naar mij toe en vraagt even of ik nog weet waarvoor ik kom. En aan welke kant de nieuwe nier zal komen. Ik kan beide vragen naar waarheid beantwoorden. Hij is tevreden. Maar dan kijkt hij me nog even streng aan en zegt: ”Denk er goed om, ik weet dondersgoed wat ik aan het doen ben en neem geen risico’s. Het is hier geen goktent. Heb je dat goed begrepen?” Ik knik alleen maar. Er is geen woord Spaans bij. Hij had goed door waar mijn vrees zit.

De anesthesist komt bij me zitten en vraagt wat ik ga doen als ik droom. Daarover had ik nog niet nagedacht. Hij vertelt dat hij dat wel moet weten. Ik vertel dat ik maar ga wandelen, denk ik. Hij is niet tevreden. Ik moet vertellen waar ik ga wandelen. Oké, in de bergen van Oostenrijk. Dat vindt hij goed. En dan krijg ik een kapje op mijn mond en mag diep zuchten…….