Blog

Dagboek van een rentenier deel 6

Een nieuw jaar met nieuwe kansen
25 maart 2025 | 3 minuten lezen

Natuurlijk ligt het voor de hand dat je nadenkt over het vervolg. Inmiddels weten we dat het hebben van een levende donor veel voordelen heeft. En in mijn situatie is het ook belangrijk dat er een geplande operatie plaatsvindt in verband met de mogelijke vaatproblemen. Maar wie vraag je dan? En hoe vraag je dat? En kun je het wel maken om iemand te vragen? Dilemma’s die nu levensgroot opdoemen.

Broer Dick meldt trots dat zijn nierfunctie nog erg goed is. We vragen ons af of er voor een donor ook een leeftijdsgrens is. Hij is al 74. Iets om te informeren, natuurlijk.

En als het bericht over de afwijzing van Joke in de familie bekend wordt, meldt neef Dik zich om ons te herinneren aan het feit dat hij en zijn vrouw Ellie zich ook gemeld hadden. Weer stof tot nadenken. We besluiten om eerst maar eens met de nefroloog te overleggen wat in deze situatie wijsheid is.

Op 7 januari is het dan toch zo ver. Het dotteravontuur gaat deze keer wel door. We overnachten vooraf weer in het logeergebouw, want we worden om acht uur ’s morgens verwacht. Ik weet inmiddels hoe de voorbereidingen verlopen. Het is toch altijd bijzonder hoe snel ze in een ziekenhuis van een binnenkomende gast een patiënt kunnen maken. In de kortst mogelijke tijd heb je een infuus in je arm en wordt je lichaam nog slechts bedekt door een kort blauw operatiehemdje. En dan is het woord “bedekt” nog wel sterk overdreven.

Ik moet in het bed blijven liggen terwijl ik naar de operatiekamer word gereden. In een soort voorportaal word ik geparkeerd met de mededeling dat iemand me daar weer op komt halen.

Het duurt even, maar dan komen twee assistentes in groene uniformen me ophalen. Ze hebben veel lol met elkaar en vertellen mij dat zij er zin in hebben. In de behandelkamer trekt de leidinggevende assistente de deken van mij af, zodat ik in volle glorie te kijk lig. Haar ogen glijden over mijn onderlichaam, waar alles open en bloot ligt. Haar gezicht spreekt duidelijk boekdelen: ze is niet onder de indruk. “Waar komt u voor?”, vraagt ze ook nog. Verbaasd antwoord ik dat ik gedotterd moet worden. Ze knikt. Gelukkig, dat past ook in haar plannen. Als ze mijn geboortedatum controleert komt ze tot de conclusie dat we op dezelfde dag geboren zijn. Ik reageer verrast en geef aan dat ik haar op het eerste gezicht toch zo’n veertig jaar jonger schat. Of zie ik er nog zo jong uit? Ze zegt dat we op dezelfde dag jarig zijn. Ach, dat schept toch een band.

Vervolgens bekijkt ze mijn liezen en haalt daar wat beharing weg. Dan komt er een groot blauw laken, dat over mijn onderlichaam wordt gespannen, met gaten op de juiste plek. Met plakband wordt het aan alle kanten vastgemaakt. Ik krijg de opdracht om tijdens de behandeling doodstil te liggen. Mijn armen worden zodanig vastgemaakt dat ik die niet meer kan bewegen.

Dan komt de behandelend radiotherapeut binnen. Hij vertelt dat er een collega van het UMC Utrecht mee kijkt, als ik er geen bezwaar tegen heb. Hij wil ervan leren. Ik kan het niet nalaten op te merken dat ik het een goed idee vind dat hij komt om te leren, omdat ze me in Utrecht al hadden afgeschreven. Beide heren reageren verbaasd. Hij vertelt me nog maar even wat hij gaat doen. Het komt erop neer dat er vanuit beide liezen een ballonnetje door mijn slagaders naar boven wordt geduwd totdat ze elkaar bij de splitsing tegenkomen. Dan worden de ballonnetjes tegelijk opgeblazen, zodat de slagader wordt opgerekt. En dan plaatsen ze op de splitsing twee stents, die de slagader daar goed open moet houden. Boven mijn hoofd hangt een monitor waarop ik het hele proces kan volgen. Het is wel een merkwaardige gewaarwording dat ze ondertussen in je slagaders bezig zijn terwijl je er niets van voelt. Nou ja, even is het onplezierig als de ballonnetjes worden opgeblazen. En als de contrastvloeistof wordt ingespoten voelt het alsof je in je broek plast.

Ik realiseer me dat ik zelfs niet even kan krabben als ik jeuk heb. Nou ja, er zijn ergere dingen. Maar wat als je dan toch jeuk krijgt? De assistente heeft me beloofd dat als ik iets nodig heb ik maar een seintje moet geven. En hoe langer ik erover nadenk, hoe meer mijn neus jeukt. Dus toch maar vragen of ze even aan mijn neus wil krabben. En ja hoor, ze doet het. Ik moet prompt denken aan Toon Hermans, die vertelde dat toen hij vroeg “zuster mijn hoofdkussen”, ze het ook deed. Maar dat heb ik natuurlijk niet uitgeprobeerd.

De hele behandeling verloopt voorspoedig en met een stevige druk worden de wonden in mijn liezen weer gedicht. De therapeut vertrekt en de assistente begint alles om mij heen weer op te ruimen. Bij het verwijderen van het laken roept ze: ”Ontharen doen wij gratis”. Het plakband neemt op verschillende plaatsen mijn beharing mee. Ik weet niet hoe hard mijn pijnkreet is, maar ik zie nog net hoe ze van deze handeling geniet.

Een half uurtje later lig ik weer op de zaal. En dat liggen is letterlijk, want ik moet een paar uur plat blijven liggen met zware zakjes op mijn bovenbenen. Zo moeten de wondjes in de liezen dicht gaan. En een infuus zorgt voor de noodzakelijke spoeling om de contrastvloeistof zo snel mogelijk uit mijn lichaam te verdrijven. Dat is weer om mijn nieren te sparen. Al met al ben ik tot het begin van de avond nog zoet met alle nabehandelingen. Maar dan mag ik gelukkig weer naar huis en ben ik patiënt af.

Twee weken later heb ik telefonisch contact met de vaatchirurg en die is tevreden met het resultaat van het dotteren. Wat hem betreft ben ik nu klaar voor een transplantatie.