Print blogartikel
Blog
10. 100 % match!
Kom op nog even... dacht ik. 'Houd je nog even groot je bent er bijna..'
13 februari 2019 | 5 minuten lezen
Iedere week moest ik naar het ziekenhuis. Ze wilden me graag in de gaten houden en controleren of mijn nierfunctie niet zo hard achteruit zou gaan dat ik moest gaan dialyseren. Helaas ging mijn nierfunctie wel hard achteruit en ging ik er steeds slechter uit zien. Ik kreeg steeds donkerdere kringen onder mijn ogen terwijl mijn gezicht witter werd. Ik begon bijna op een soort Doornroosje te lijken; ik sliep meer dan ik ooit deed.
December 2016
Vanavond heb ik een voetbal wedstrijd. Het is onder de 0 graden dus ijskoud en de wedstrijd begint pas om 20 uur. Als ik het veld op loop zie ik dat er zelfs ijs op het veld ligt. Het is een inhaalwedstrijd die van zaterdag verplaatst is naar vanavond, maandagavond. Ik heb met mijn ouders en trainer afgesproken dat ik alleen de eerste helft speel. Anders wordt het erg laat voor ik thuis ben en dat red ik niet meer, daar buiten om speel ik alleen nog maar een helft in totaal, omdat het anders een beetje teveel voor me wordt. Dus met -0 graden buiten zitten te kijken naar een voetbalwedstrijd daar knapt niemand van op. Na deze wedstrijd merk ik hoe moe ik eigenlijk ben van het sporten en vraag ik mezelf af hoeveel plezier ik nog uit het voetballen haal. Het kost me gewoon zoveel moeite om goed te spelen en ook heb ik vaak zoveel pijn aan mijn benen en last van verzuringen. Die zelfde week nog besluit ik met pijn in het hart om te gaan stoppen met voetballen. Na 11 jaar op voetbal te hebben gezeten moet ik stoppen, omdat simpelweg mijn lichaam het niet meer aan kan.
Ik heb er gewoon geen energie meer voor, het wordt steeds kouder en de training start vaak pas om 20 uur in de winter. Buiten dat om wil ik alle energie die nog wel in mijn lichaam zit bewaren voor werk. Want dat is wat ik nu het aller liefste doe, werken. Daar haal ik zo ongelooflijk veel plezier uit, ook al sloopt het me nog zo erg als ik thuis kom. Op mijn werk raken ze wel bezorgd en zien ook zij mij aftakelen. Maar ik ben er zeker van dat ik me dat echt niet laat afpakken.
De weken in december merkte ik dat ik slechter in mijn vel ging zitten. Ik praatte er met niemand over hoe ik me echt voelde, als ik met vriendinnen of mijn ouders praatte over mijn nier en al de ziekenhuisbezoeken hield ik me groot en stoer. Als iemand vroeg hoe het met me ging reageerde ik standaard met ‘goed met jou’, ongeacht of het een kennis was of mijn beste vriendin. Ik sloot me af, voor iedereen om me heen en kon alleen nog mezelf zijn als ik alleen was. Het liefst was ik alleen in bed, maar ook vaak zat als ik in de auto zat, onderweg van mijn werk naar huis na bijvoorbeeld een avonddienst had ik die momenten. Dan kwamen ineens alle gevoelens en emoties naar boven die opgekropt zaten. Dan vlak voor ik thuis was haalde ik ze weg en deed alsof er niks aan de hand was als er nog iemand beneden op me zat te wachten. Dan maakte ik een praatje en vluchtte ik zo snel mogelijk naar boven om vervolgens in bed weer verder te gaan huilen. Ik voelde me ontzettend eenzaam en niet begrepen, maar achteraf gezien is dat nooit nodig geweest en had ik meteen met iemand moeten praten. Had ik nooit moeten zeggen hoe ‘goed’ het met me ging.
Ik voelde me niet lekker in mijn vel, omdat ik niet goed kon verwerken wat er zo onverwachts mijn pas is opgekomen. Maar eigenlijk het allerergste vond ik, dat ik mezelf niet meer was. Ik kon dat gewoon echt niet accepteren. De vrolijke, gezellige, (soms te) drukke Bente, die altijd het meeste kletst van iedereen, die altijd enthousiast is, positief, die was gewoon helemaal verdwenen. Alleen het stukje positief, dat had ik nog wel redelijk in me. Maar verder was ik een dood vogeltje. Als ik met vriendinnen was zei ik amper iets en luisterde ik. Zelfs luisteren was eigenlijk al te vermoeiend dus ging ik het liefste snel weg en lekker naar bed. Ook kan ik me nog een ziekenhuisbezoek herinneren dat ik moest wachten in de wachtkamer en ik ging gewoon knikkebollen, ik had zo ontzettend veel moeite om wakker te blijven. En dat terwijl ik net een nacht had gemaakt van zowat 12 uur. Ik kon het gewoon echt niet accepteren dat ik niet meer mezelf was, en verlangde zo naar die leuke ik. Ik heb zo vaak foto's terug gekeken van de zomer van 2016, op elke foto zo ontzettend vrolijk, en als ik die keek kreeg ik altijd tranen.
Er is meerdere malen aan me gevraagd of ik soms met iemand wilde praten, en altijd begon ik te lachen en zei ik ‘nee joh!’. In het Reinier de Graag ziekenhuis had ik een hele lieve verpleegkundig specialist. Met haar praatte ik nog wel is, maar uitte ik nooit echt mijn gevoelens. Altijd zat wel een van mijn ouders erbij dus moest ik me groot houden. Tenminste, zo voelde ik dat. Ze was altijd heel lief voor mij en bezorgd over mij. Bezorgd omdat ik nog zo lang door ben gegaan met voetballen, nog steeds aan het werk was, en geen kantoorbaan. Ze was bang dat ik teveel deed met de nierfunctie die ik had. Maar tegelijkertijd vond ze me stoer, stoer omdat ik nog doorging, nog deed wat ik leuk vond en me niet uit de weg liet zetten. Dat had ze wel anders gezien. Dat mensen met een wat verminderde nierfunctie al zeiden dat ze het werk niet meer aan kunnen. Nel had respect voor mij, met de manier hoe ik ermee om ging. Ergens is die respect niet terecht, ik deed me veel groter voor dan ik was en voelde me helemaal niet topfit. Tuurlijk zat ik niet constant niet lekker in mijn vel, maar meer niet dan wel. Met werken had ik nergens last van, gewoon even bij mijn lieve cliënten zijn die me niet veroordeelde, omdat die simpelweg niet wisten wat er met me aan de hand was. En als ze het wel zouden weten, dan zouden ze het alsnog niet begrijpen.
Half december mocht mijn moeder zich laten testen om te kijken of ze een match zou zijn voor mij als levende donor. Maar dat is allemaal niet zomaar gedaan. Ze had verschillende afspraken in het ziekenhuis en moest letterlijk álles laten testen. Dat is niet binnen een week gedaan, nee je bent gewoon ongeveer 4 weken verder met de uitslag. En als ze dan niet dé match is dan mag je pas een nieuw iemand uitzoeken die dan misschien wel je match is. Zo lang zou ik geeneens meer kunnen wachten waarschijnlijk met mijn nierfunctie van onderhand 7%.
De dag dat ik te horen zou krijgen of mijn moeder mijn match was, ik kan het me nog goed herinneren. Ik zat op mijn werk en werd gebeld door mijn moeder. Van te voren had ik niet verwacht dat dit zo een emotioneel moment zou worden, omdat ik altijd erg nuchter over alles was. Denk nu niet dat dat ook ‘gespeeld’ was, ondanks dat ik niet lekker in mijn vel zat, was ik nog steeds wel nuchter over veel dingen. Zo ook hierover, tenminste, dacht ik. Maar op dat moment dat mijn moeder belde en zei dat ze 100% match was, merkte ik dat ik zo ontzettend opgelucht was, ik was blij en er leek een hele last van mijn schouder te gaan. Mijn twee collega’s keken me vol spanning aan en zagen meteen aan mijn reactie dat het goed was. Ik begon te huilen van opluchting en ineens kwam er een hele ontlading. Wat fijn, zulk goed nieuws, blijkbaar zat ik toch ergens nog wel in spanning. Er kwamen een paar tranen, ik liet me troosten en hield me weer groot. Ik moest me sterk houden, want er was nog ander nieuws, de datum van mijn transplantatie was meteen bekend en ingepland; 1 februari 2017, dat was al over 3 weken..
Kom op nog even... dacht ik. 'Houdt je nog even groot je bent er bijna..' Nog even en je hebt je eigen ik weer terug.


