Blog

5. Naar de dokter

Het begin van iets moois, maar ook van iets minder moois..
12 november 2018 | 4 minuten lezen

In september 2016 heb ik mijn huidige vriend Luc leren kennen op een feestje op het strand van Hoek van Holland. Mijn zus had me aan hem voorgesteld. Op het feestje hebben we enige tijd gekletst samen en dat klikte best goed, we hadden ook veel lol. Na ongeveer een maand hebben we voor het eerst een date gehad. En daarop vervolgde nog een date.

November 2016

We gaan naar Scheveningen toe. Ik zie het niet zitten om weer alleen maar tegen over elkaar te zitten en te praten, dus wil ik iets actiefs gaan doen voor we in een restaurant zouden belanden. Zo had ik in de vorige date al voorgesteld om te gaan glow in the dark minigolven, omdat ik dat altijd nog zo graag een keer wilde doen. Daarna gaan we ergens een drankje doen.
We hebben trek gekregen en bestellen een bord bitterballen. We zitten buiten op het terras met verwarming een poosje te kletsen en het is eigenlijk zo gezellig dat we besluiten om nog ergens naar een restaurant te gaan om wat te eten. Het wordt een pizzeria.
Als voorgerecht nemen we allebei soep, Luc neemt als hoofdgerecht lasagne en ik een pizza. ‘’Ik krijg die pizza niet in me eentje op hoor! ‘’ zeg ik. Luc lacht en zegt dat hij me wel zal helpen met de restjes.
De soep wordt geserveerd, het is een grote kom en de soep is best dik, dus machtig. Met moeite heb ik de soep op gekregen, ik zie al op tegen de pizza die nog moet komen, eigenlijk zit ik al vol. Het hoofdgerecht komt al heel snel nadat de soep is opgehaald. Daar begin ik dan… met het eten van mijn pizza. ‘’Langzaam eten Bent.. dan zit je minder snel vol’’ denk ik. Ik neem het eerste stuk en laat het korstje liggen. ‘’ De korstjes eet ik nooit’’, zeg ik. ‘’ Die zijn zo droog’’. Dat is ook waar, ik eet nooit korstjes van mijn pizza, maar op dit moment komt dat ook wel erg goed uit, zo hoef ik minder te eten. Tijdens het eten heb ik hele verhalen en praat ik meer dan dat ik eet. Mijn pizza wordt steeds kouder. Ondertussen neem ik een derde stukje, ik weet dat dit echt mijn laatste gaat zijn want ik kan niet meer. ‘’Bah hij is helemaal koud’’, zeg ik. ‘’ Dat is niet echt lekker meer’’. ‘’ Dan laat je de rest toch staan’’, zegt Luc. Pfoe, daar hoopte ik op, dat hij dat zou zeggen. Ik zeg nog dat ik het wel erg zonde vind, maar ondertussen kan ik alleen maar stiekem juichen. Luc zal wel denken, die meid eet ook niks…

Die nacht nog slaap ik heel raar, ik moet een paar keer spugen. Dit ga je niet menen… denk ik. Ik heb gister in totaal misschien vier wijntjes op over de hele dag en de rest ice tea of water, en dan toch zo misselijk!
Die ochtend, het is maandagmorgen, word ik wakker, ik sta op en ben weer duizelig en zie weer zwarte vlekken. Ook gaat er een rare tinteling door mijn lichaam. Ik denk dat het van de dag ervoor komt en misschien dan toch weer van die vier wijn. Misschien wordt het echt eens tijd om te stoppen met die wijn als ik er elke keer zo raar van word! Gelukkig ben ik die dag vrij en kan ik rustig aan doen.

Wanneer ik dinsdagochtend wakker wordt en ik weer duizelig ben en moet spugen besef ik dat er iets niet goed is. Ik bel mijn moeder die op haar werk zit; ‘’Mam nu word ik wéér wakker met rare duizelingen en tintelingen in mijn lichaam en ik moet weer spugen uit het niks, nu wordt het wel heel raar!’’. Onze familie is nooit zo van naar de dokter gaan, ‘het gaat vanzelf wel over’ , denken wij altijd. Anders kan je voor alles wel naar de dokter gaan. Toch denkt dit keer ook mijn moeder er wel anders over ‘’Nou misschien moet je dan toch maar even naar de dokter gaan en je bloeddruk laten opmeten, misschien dat die wel niet goed is’’, zegt mijn moeder. Na het gesprek met mijn moeder bel ik de dokter op. De assistent vraagt welke klachten ik heb. Ik soms een rijtje op en gelukkig kan ik diezelfde dag nog langskomen.

‘’Nou vertel’’, zegt de jonge dokter die voor me zit. ‘’Waar heb je last van?’’.
Ik vertel alles waar ik de laatste tijd last van heb, mijn extreme moeheid, de gekke tintelingen in mijn benen tijdens het sporten en de laatste tijd soms zelfs als ik niet sport, ik vertel dat de druppel is geweest dat ik de laatste tijd duizelig ben met opstaan en nu de afgelopen 2 dagen zelfs ervan moest spugen zonder reden. ‘’Hoe is je eetlust?’’ vraagt de dokter. ‘’Slecht’’, vertel ik. ‘’ Maar dat was hij altijd al hoor!’’. De dokter stelt nog enkele vragen over of ik vermoeider ben als normaal als ik bijvoorbeeld trappen loop of dat ik wel eens het idee heb dat mijn hart sneller klopt en nog meer van dat soort vragen. Op veel dingen moet ik nee zeggen, waardoor ik meteen denk ‘wat zal die man nou wel weer niet denken van mij, ik zal me vast aanstellen’. De dokter vraag daarna of ik even op de stoel naast hem kan zitten zodat hij nog wat controles kan uitvoeren. Hij luistert naar mijn hart en longen en hoort niks vreemds. Daarna meet hij mijn bloeddruk op ; 157/ 97 (normale waardes zijn rondom de 120/80). ‘’Hmm’’, zegt de dokter. ‘’ Je bloeddruk is wel verhoogd. ‘’Ik geef je een formulier mee en dan mag je even voor de zekerheid je bloed laten afnemen, dan kunnen we kijken of daar meer uitkomt’’ zegt hij. Ik bedank hem hartelijk en neem het formulier in ontvangst. Ik zie allemaal gekke codes staan waar een kruisje voor staan waar op geprikt moeten worden waaronder pfeiffer. Hé dat ik daar niet eerder aan had gedacht na al die vermoeidheid, misschien is dat het wel. Ik loop weer richting mijn auto en ondertussen bel ik mijn moeder op en vertel dat mijn bloeddruk verhoogd is en dat daarvan die duizeligheid kan komen. Ik vertel dat ik morgen mijn bloed even moet laten prikken.

De volgende dag ga ik samen met mijn moeder naar het Reinier (ziekenhuis) om mijn bloed te laten prikken. Lachend lopen we samen naar het gebouw toe. ‘’ Nou dan zal je altijd wel weer zien’’, zeg ik, ‘’ er komt waarschijnlijk toch niks uit die uitslagen, dat hoor je zo vaak!’’. Mijn moeder lacht ook en knikt, ‘’inderdaad, maar joh, we doen het maar voor de zekerheid’’.