Print blogartikel
Blog
Mag ik jouw nier ?
Een reactie over het programma wat uitgezonden is op 16 september op NPO3
17 september 2026 | 2 minuten lezen
Zo zit je op een avond wat te zappen op de bank. Je klikt voorbij de gebruikelijke zenders en blijft hangen op NPO 3. De allereerste zin die door de kamer klinkt, komt meteen binnen: "Mag ik jouw nier?"
"Helaas," zeg ik hardop tegen het scherm. "Mijn nieren zijn naar de klote, dus aan mij heb je niks."
Toch blijf ik kijken. Ik zie het portret van iemand die al eindeloos op de wachtlijst staat. En van een jonge, sportieve meid die eveneens wacht op die ene verlossende oproep. Tijdens de uitzending vliegen de harde feiten je om de oren. Zaken die ik als wellicht toekomstig dialysepatiënt eigenlijk helemaal niet wil horen.
Zinnen zoals: "Als je niet gaat dialyseren, ben je binnen drie weken dood." Of: "Het aanprikken doet altijd veel pijn en dat gebeurt drie keer per week."
Het zijn dingen die je diep vanbinnen wel weet, maar liever wegdrukt. Wordt dit mijn voorland? Ik kijk vol verbazing naar dat meisje dat op de ski's staat, terwijl haar nierfunctie (eGFR) op slechts 5 procent zit. Zelf zit ik rond de 20 procent en ik vind de trap op lopen al een hele opgave. Even later komt er een dertigjarige man in beeld met een arm die door het vele aanprikken zwaar getekend is. Krijg ik dat straks ook? Het dondert door mijn hoofd.
Dan volgt een fragment waarin de jongen met zijn broers in de kroeg zit. Ze praten over het doneren van een nier aan hun ernstig zieke broer. Beide broers twijfelen en worstelen ermee. De ene wil er niet eens aan denken, misschien uit angst. Bij de ander ben ik mijn aandacht al even kwijt, want mijn eigen gedachten nemen het over.
Ik zou het mijn broer of zussen nooit vragen. Echt nooit. Dan maar liever zelf mijn ogen sluiten, maar zoiets zou ik niet van hen kunnen eisen. Ik heb geen contact met mijn familie, simpelweg omdat het leven zo gelopen is. Om hen dan na al die tijd te benaderen voor een orgaan? Dat voelt voor mij hypocriet. Ik begrijp de twijfel van die broers in de uitzending wel. Uiteindelijk moet ieder mens die keuze voor zichzelf maken, hoe egoïstisch dat voor de buitenwereld misschien ook lijkt.
Het programma geeft een rauw en eerlijk beeld. Wel heftig, want het zet me weer scherp met beide benen op de grond. Normaal gesproken ontwijk ik het onderwerp vrij makkelijk. Ik praat er met een mooie boog omheen om de confronterende feiten niet onder ogen te hoeven zien. Maar ik weet dat het eraan komt. Is het niet nu, dan wel over een paar jaar. Zo doormodderen als ik nu doe, houdt een keer op.
Het zijn allemaal fases waar je doorheen moet, zoals ik al vaker schreef. En dit is toch echt een stukje acceptatie, versterkt door die ene vraag op tv.
Als mijn nieren gezond waren en ik wist wat ik nu weet, zou ik geen seconde twijfelen. "Morgen? Overmorgen? Je mag hem hebben." Maar mijn eigen batterijen lopen langzaam leeg. Het enige wat ik kan doen is afwachten, op mijn voeding letten, genoeg drinken en de medische adviezen zo goed mogelijk opvolgen.
En heel misschien hopen dat iemand ooit een goed werkende nier aan mij wil afstaan. Hoewel ik er meteen achteraan denk dat zo'n nier waarschijnlijk beter terechtkomt bij iemand die nog op de ski's staat of marathons loopt. Dat zie ik mezelf namelijk niet meer doen, zelfs niet met een gloednieuwe nier. Laten we het maar op mijn mentaliteit houden: ik word immers al moe bij het woord denksport.
Groetjes,
Berrie


