Print blogartikel
Blog
Kennismaken in het ziekenhuis
Vijf maanden voor de operatie: Eerste keer naar het ziekenhuis
2 september 2023 | 2 minuten lezen
Als antwoord op mijn mail kreeg ik de vraag of ik mijn bloedgroep wist of deze wilde testen. Een test via internet is voor jezelf het meest eenvoudig en dus was ik al snel bezig om - met mijn angst voor bloed - een paar druppels bloed in wat vakjes te druppelen.
Het lukte niet, omdat ik met geen mogelijkheid meer dan 2 druppels uit m'n vinger kreeg, maar bij poging 2 was het met wat hulp van mijn vriendin raak: ik heb de juiste bloedgroep!
Hier gelijk dubbele gevoelens: als t geen match zou zijn, dan hoef ik er verder niet over na te denken. Nu t wel een match is, is dat natuurlijk wel een extra kans! Maar voor mij nog steeds de vraag of ik wel wil. Ik mail het ziekenhuis:
“Graag informeer ik u nog dat ik bloedgroep O positief heb. Goed nieuws!” Antwoord van het ziekenhuis “Als de doneren die nu komen niet kunnen (doneren) zullen we zeker contact met u opnemen”. We zien t wel…
Anderhalve maand later opnieuw bericht. Blijkbaar zijn er donoren niet geschikt bevonden. Of ik samen met mijn broertje naar het ziekenhuis wil komen voor een gesprek. Ietwat gespannen, want nog steeds met de vraag: ‘Wil ik dit wel?’ komen we daar aan. We hebben wel het gevoel dat de rode loper wordt uitgerold. Enorm vriendelijk en met alle tijd om alle vragen te stellen worden we door de verpleegkundig specialist en de nefroloog ontvangen.
Ze vragen naar onze gezondheid en redenen om een donatie te overwegen. Ook vertellen ze meer over het proces. Het gaat veelvuldig over de risico’s voor de donor, van vermoeidheidsklachten tot overlijden en hoewel de kansen erg gunstig zijn, is dit toch spannend.
Hierbij gelijk reality check 2: Ik weet dat 't voor mijn broertje moeilijk moet zijn om zijn man zo achteruit te zien gaan, maar om hem dit zo open en duidelijk te horen vertellen doet pijn. Hij vertelt over hun leven en de stress die hij ervaart. Ik huil niet zo snel, maar zit ernaast mijn tranen weg te slikken.
Voor nu is er nog een potentiële donor die getest wordt, de moeder van mijn zwager. Ze weten nog niet of zij geschikt is en ze moet de procedure verder doorlopen. Ondertussen is de vraag of wij vast wat eerste testjes willen ondergaan en erover willen nadenken of wij het proces verder willen doorlopen wanneer zij niet geschikt is.
Napratend in de hal blijkt het erg fijn dit samen te doen: mijn broertje is bang voor de operatie, ik voor de gevolgen op termijn. Samen bespreken we de mogelijkheden, wegen we de woorden die we zojuist gehoord hebben en delen onze angsten. We moeten nadenken, nadenken over of we dit wel willen en nadenken over wie van ons beiden het gaat doen, wanneer dit nodig is.
Ik verzamel in de weken erop alle feiten: wat is de kans dat me iets ernstigs overkomt? Wat zijn de risico’s op lange termijn, wat zijn de mogelijke ongemakken in de dagen / weken / maanden na de operatie? Als ik alle informatie bij elkaar heb ga ik erover mijmeren en dromen.
Normaal mijmer ik zo over mijn bedrijf of sportwedstrijden en dit geeft een stuk meer stress. Toch zegt mijn gevoel heel duidelijk: doen! De risico’s voor mij vallen in het niet bij de gezondheidswinst van m’n zwager.
Dan komt er een belletje uit het ziekenhuis. In amper 30 seconden hoor ik dat zijn moeder voorlopig geschikt is bevonden en wij niet nodig zijn. "Maar als het niet lukt?". "Dan nemen we weer contact op". Het klinkt alsof ze vrij zeker zijn van de andere donor en mijn aandacht verschuift al snel weer naar mijn eigen leven.

