Blog

Hoe het begon...

Omdat 'van me af schrijven' wel iets voor me is, en op deze site misschien mensen zijn die zich erin herkennen, heb ik besloten om in diverse delen het verhaal rondom ons zoontje te schrijven...
16 februari 2021 | 3 minuten lezen

Als baby huilde ons zoontje veel, heel veel!!

Wanneer we hem oppakte was het goed, zodra we hem neerlegden was het helemaal mis. Zo ging het nachtenlang. Uiteindelijk, ook op advies van de omgeving, toch maar eens naar de huisarts, die ons ook weer doorverwees naar de kinderarts. Er werden wat testjes gedaan en uiteindelijk bleek dat de kleine man koemelk allergie had. De voeding werd aangepast en het ging beter. Niet perfect, maar hij werd rustiger en sliep ’s nachts ook weer beter.

Het viel op dat hij heel veel plaste. Zelfs zoveel dat hij bijna elke ochtend drijfnat was als we hem uit bed haalde.

Ondanks dat hij bijna altijd om 19.00 uur naar bed ging en dan doorsliep tot de volgende ochtend, besloten we om hem te gaan verschonen op het moment dat we zelf naar bed gingen. Het hielp…

Op een avond zag mijn vrouw een druppeltje bloed in de luier. Omdat we niet de indruk hadden dat hij ergens last van had, schonken we er geen aandacht aan. Enkele dagen later zat er weer een druppeltje bloed in de luier.

Nog steeds hadden we niet de indruk dat hij ergens last van had, maar nu toch maar even contact gezocht met de huisarts. Er werd urine gecontroleerd en uit het sediment kwamen geen bijzonderheden. Wel werd nog een kweek afgenomen. Uit de kweek kwam toch naar voren dat hij een verwaarloosde blaasontsteking had. Omdat het een ventje van 1,5 jaar is, is het protocol om hem door te sturen naar de kinderarts. En zo kwamen we bij de kinderarts terecht. De kinderarts deed lichamelijk onderzoek en kon geen gekke dingen ontdekken. Wel wilde ze nog even een echo laten maken van de blaas en nieren. Puur uit routine.

Het is op een maandag, begin maart 2017, als de echo wordt gemaakt.

Op dinsdag gaat de telefoon. Het is de kinderarts en ze verteld dat de echo niet goed is. De nieren zien er niet helemaal goed uit en er moet aanvullend onderzoek gedaan worden. Onze kleine man moet direct starten met antibiotica en over 10 dagen zal er een onderzoek plaats vinden.

Helaas worden de 10 dagen niet gehaald…

Op donderdagavond kom ik thuis van mijn werk en zit mijn vrouw met een huilend zoontje op de bank. Hij ziet pips en heeft overgegeven. Na even met hem op schoot te hebben gezeten, valt hij in slaap. De volgende dag gaan we even aankijken wat er gebeurd. Zelf moet ik naar mijn werk maar mijn vrouw is vrij die dag.

Halverwege de ochtend belt ze me op. Ze heeft contact opgenomen met de kinderarts en zij wil hem diezelfde dag nog zien. Het is vrijdagmiddag als we bij de kinderarts binnen komen. Ze schrikt en ziet direct dat het niet goed met ons zoontje gaat. Het is niet het jongetje die op ontdekkingsreis is. Het is nu een ziek jongetje geworden die alleen nog maar tegen mama aanhangt.

Omdat hij aan de antibiotica zit voor het onderzoek, maar hij ook overgegeven heeft, besluit de kinderarts om hem een nachtje op te nemen en hem een infuus te geven zodat hij weer de juiste dosis antibiotica krijgt. De volgende dag zou hij dan weer naar huis mogen.

Wanneer de kinderarts het infuus inbrengt, verteld ze dat ze gelijk even bloed afneemt om te laten controleren.

Ze wenst ons, ondanks alles, alvast een goed weekend en “we zien elkaar volgende week”.

Anderhalf uur later staat de kinderarts weer aan het bed van ons zoontje. De bloeduitslagen zijn niet goed en er moet direct een echo gemaakt worden van zijn nieren. De echo die daarop wordt gemaakt, aanzienlijk slechter dan die van vijf dagen ervoor, laat zien dat er veel druk op de nieren staat. Ook zijn ze dusdanig opgezwollen dat ze bijna dezelfde omvang hebben als die van een volwassen persoon.

Er wordt contact opgenomen met het AMC in Amsterdam. Daar is men gespecialiseerd in de kinderurologie / kindernefrologie.

Op advies van hen wordt er een katheter ingebracht om te proberen de druk op de nieren te verminderen. Ons wordt al verteld dat ons zoontje niet naar huis mag en dat we er stiekem ook rekening mee moeten houden dat het zelfs tot een overplaatsing naar Amsterdam kan leiden.

Op maandag volgt het onderzoek wat oorspronkelijk voor de donderdag gepland stond.

’s Middags komt het hoge woord eruit, ons zoontje moet overgeplaatst worden naar het AMC, 160 kilometer verderop. Wanneer dit gebeurd is afhankelijk van wanneer er plek is.

Het is dinsdagmorgen als ik besluit een paar uur te gaan werken. Het heeft niet zo heel veel zin om met z’n tweeën naast het bed van ons zoontje te zitten en mijn vrouw belt zodra er nieuws is. Ook scheelt het dat het krap 10 minuten rijden is van mijn werk naar het ziekenhuis.

Ik ben letterlijk 5 minuten op mijn werk wanneer mijn vrouw belt. Er is een ambulance onderweg om ons zoontje naar Amsterdam te brengen.

Sommige dingen blijven je altijd bij en zo weet ik dat ik 12 minuten na het telefoontje van mijn vrouw op de roltrap van het ziekenhuis sta. Wanneer ik de kinderafdeling op kom, hoor ik mijn zoontje al huilen. Als ik op zijn kamer kom, ligt hij al op de brancard van de ambulance. Ik kan hem en mijn vrouw nog net een kus geven voordat ze vertrekken. Mijn vrouw gaat mee in de ambulance.

Ik rij nog even langs huis om een tas met kleren op te halen en begin dan ook aan de reis naar Amsterdam.

Daar zullen we de komende dagen verblijven. Toch?