Blog

Operatie van Floris

Vandaag is de dag. Maandag 30 maart. “Waar is de vuurvlieg? Ik moet de vuurvlieg hebben! Je hebt hem zeker weer ergens laten slingeren.” Snauw ik naar de papa van Floris. “Schiet op. Ik moet nog tanken anders zijn we te laat. Waarom doe je toch altijd all
7 april 2020 | 2 minuten lezen

Het speelgoed, het avondeten, de kleren, van alles heb ik een lijstje gemaakt en in mijn hoofd heb ik alles tot in de puntjes voorbereid. Ik focus me op dingen die ik denk te kunnen beheersen en doe alsof die het allerbelangrijkste zijn. En als er iets mis gaat geef ik de papa van Floris een flinke snauw. Zo, dan hoef ik niet na te denken dat mijn zoon vandaag onder het mes moet.

Ik loop met Floris in de wandelwagen het ziekenhuis binnen. Het is erg rustig en iedereen houd ongemakkelijk grote afstanden aan. Je voelt en ziet de angst voor Corona in de mensen. Een ziekenhuis voelt nooit prettig. Een stil ziekenhuis met beveiligers bij de deur en mensen met mondkapjes. Ik doe een doek voor Floris z’n wandelwagen en houd angstvallig afstand. Nee het is niet reëel dat ik of Floris hier corona oploopt, houd ik mezelf voor. Toch heb ik schrik.

Eenmaal in de kamer aangekomen gaat het snel. De eerste operatie is eerder klaar en Floris moet meteen naar de operatiekamer. Daar ligt Floris dan in z’n operatiehempje. Hij lacht en kijkt aandachtig om zich heen. Wat is het toch ook een vrolijk mannetje denk ik bij mezelf. Wat er ook aan de hand is Floris die blijft lachen.

Nu moeten we kiezen. Door Corona mag maar één ouder mee naar de operatiekamer. Dan komen we door een sluis naar binnen met allemaal vreemden mensen in operatiekleding. We besluiten dat ik mee ga. Ik moet mezelf snel omkleden want de anesthesist staat al klaar. 20 meter verder is de operatiekamer al. Dan gaat het erg snel. Ze leggen Floris neer, hij lacht en vindt het allemaal wel interessant. Dan zetten ze hem een beademingsmaskertje op. Hij verzet zich flink, de anesthesist en ik hebben moeite hem in bedwang te houden. Hij schut driftig op en neer met z’n hoofd en dan ineens beweegt hij niet meer. Ik geef hem een kus en moet weg.

Het wachten is denk ik het ergste stuk. Je weet niet wat er gebeurt. Na (lange) 55 minuten komt iemand me halen. Ik loop snel achter haar aan naar de uitslaapzaal. Daar ligt Floris met een flesje en allerlei toeters en bellen in bed. Potverdikke, het flesje is niet goed dicht gedraaid dus hij ligt in een kletsnat bed. Ik pak hem snel uit bed en houd hem tegen me aan. Hij voelt Onrustig, bang en verdrietig. Mijn manneke toch, wat hebben ze met je gedaan... Dan besef ik me dat ik geen plasstomatje voel. Een last valt van mijn schouder.

Op de achtergrond hoor ik een vrouw druk praten. ”Ja het lastigste aan Corona patiënten zijn nieuwe patiënten, overgedragen patiënten vallen wel mee. Nieuwe die moet je met drie man omdraaien en dat duurt soms wel 45 minuten tot een uur.” En zo gaat het maar door. De uitslaapzaal wordt omgebouwd tot IC smiddags en de ok-assistenten worden even snel omgeschoold.

Ik voel dat ik boos word, doe dat gewoon ergens anders. Laat mij mijn zoon rustig knuffelen en troosten na z'n operatie. Een man komt onze kant opgelopen, “is het goed als ik de afdeling bel?” ”Ja” zeg ik.

De uroloog is wel even langs de papa van Theo gelopen maar niet bij mij. Ik weet dus nog niet hoe de operatie gegaan is. Eenmaal terug op de kamer bijkt dat Floris klein beetje besneden hebben (wat dat dan ook mag betekenen) en dat ze rechts pasta hebben aangebracht. Zo hopen ze zijn rechternier te kunnen beschermen tegen nierbekkenontstekingen. En dan realiseer ik het me weer: Floris wordt nooit echt meer helemaal beter. Het is geen gebroken been. Hij is en blijft nierpatiënt. Dat moeten we accepteren en we moeten door met ons leven.

Maar hoe dan? Vandaag zijn er even alleen rauwe pijnlijke ongefilterde emoties. Terwijl ik eigenlijk zo blij mag zijn; hij heeft geen plasstoma.