Print blogartikel
Blog
Dagboek van een rentenier deel 16
Wakker worden met een nieuwe nier
3 juni 2025 | 9 minuten lezen
Het eerste dat ik hoor is dat een paar mensen om mijn bed staan en wat informatie uitwisselen. Ik ben enorm opgelucht dat ik er nog ben. Dat klinkt misschien zwaar, maar toch was de angst dat er iets mis zou gaan niet helemaal weg. Een verpleegster vertelt me dat alles goed gegaan is en de operatie helemaal geslaagd is. Ik voel nog helemaal niks, want alle verdovingen werken nog. Ze geven me wat water te drinken en straks mag ik ook wat eten. Het is half vier, zeggen ze.
Ik krijg van de verpleegster de groeten van Joke. Zij weet ook al dat het goed gegaan is. Ze mag om acht uur vanavond op bezoek komen. En op mijn vraag hoe het met Ineke is vertellen ze dat zij al op haar kamer terug is.
Langzaam dringt de nieuwe werkelijkheid tot mij door. Maar ik voel nog geen verschil. Ik lig in een grote zaal met allemaal mensen die net geopereerd zijn. Het is er een komen en gaan. De meeste patiënten weten niet eens dat ze hier zijn geweest, begrijp ik. Maar ik moet hier in ieder geval tot morgenvroeg blijven.
Na een uurtje kan ik een warme maaltijd krijgen, maar ik wimpel het af. Ik heb nog geen zin in eten. Ik merk wel dat ik opgewonden raak van het idee dat het nu allemaal gelukt is. En het gaat zo goed dat ik na een tijdje toch honger krijg. Maar dan is de warme maaltijd voorbij. De verpleegster biedt aan om een tosti voor mij te maken. Graag, maar wel zonder kaas. Ze kijkt vreemd op, maar even later krijg ik een tosti met ham en zonder kaas. Niet alles is veranderd.
Als Joke, samen met John en Marjolein om acht uur binnen komen, dan is dat wel even een emotioneel momentje. Ze zijn verrast dat ik er al wakker bij zit. En volgens hen heb ik ook al best veel praatjes. Joke vertelt dat de chirurg heeft gebeld om te zeggen dat alles goed is gegaan. En via Riek had ze al gehoord dat het met Ineke ook goed gaat. Dat is ook een opluchting.
Gedurende de avond en nacht word ik om het uur wakker gemaakt voor alle controles. Daardoor heb ik met de verpleegster in de nacht hele gesprekken. Ik heb het gevoel dat ik de hele nacht wakker ben geweest, maar dat schijnt niet te kloppen. Op de afdeling blijft het tot in de nacht een komen en gaan van patiënten. Naast mij ligt een jongen van dertien jaar die aan zijn hoofd is geopereerd en die nog niet mag slapen. Zijn ouders zitten naast hem en zijn duidelijk erg ongerust. Verderop ligt een baby te huilen.
De verpleger die mij naar de operatiezaal bracht is de volgende morgen van de partij om mij te wassen. Ik moet voorlopig nog stil blijven liggen. Hij vertelt me dat hij wel zag dat ik erg gespannen was, maar dat maakt hij heel veel mee. “Het is niet niks, zo’n ingreep”, zegt hij heel begripvol. Om tien uur mag ik terug naar de afdeling, want alles is onder controle. Er hebben zich geen complicaties voorgedaan. Weer een opluchting.
1. Terug op de zaal 11 november 2022
Eenmaal terug op de zaal probeer ik me te realiseren hoe ik er nu bij lig. Ik voel de wond wel, maar ik heb een pompje met morfine, dat ik mag indrukken als ik pijn voel. En ik heb een katheter. Ze houden precies bij wat ik plas en vooral hoeveel.
De zaalarts komt kijken hoe het gaat en vertelt dat ik gisteren vlak voor de operatie nog een nierfunctie had van 5. Dus het was niks te vroeg. Hij verwacht dat de nierfunctie al snel zal gaan oplopen.
Ik merk dat ik me toch anders voel. Ik kan alleen niet goed beschrijven hoe anders het is . Ja, misschien wel minder moe, maar ik doe ook niks anders dan liggen. Het is net alsof er een grauwsluier van mij af is gevallen.
Via Whatsapp heb ik contact met Ineke. We constateren dat we het gezeik in ieder geval in de familie hebben gehouden.
Nu begin ik maar eens te lezen in het boekje over wat ik straks allemaal wel en niet mag. Er staat een hele rij bijwerkingen van de medicijnen in. Ik sla ze over. Als ze komen is het vroeg genoeg om me er mee bezig te houden.
Joke is er al weer vroeg bij met John en Marjolein. Ze zijn weer verrast over hoeveel praatjes ik heb. John en Marjolein vertrekken in de loop van de middag, Rien en Ineke nemen de zorg voor Joke over. Ik merk wel dat ik nog veel slaap heb. Ze laten me af en toe maar even met rust. Verder ben ik aan bed gekluisterd, dankzij de katheter en dat handige pompje met morfine. Als ik pijn voel mag ik een keer in het balletje knijpen. En natuurlijk komen ze om de haverklap bloed afnemen, bloedsuiker controleren, medicijnen brengen, de wond controleren en urine aftappen. Kortom, ik heb geen gebrek aan aandacht.
Wat niet veranderd is, is de warme maaltijd. Weer geen korreltje zout en ook niks om dat een beetje smakelijker te maken. Een voorzichtige poging dat dieet te veranderen loopt op niks uit. Dat wordt afzien. Inspraak van de patiënt is hier slecht geregeld.
De chirurg komt ook nog even langs. Hij is erg tevreden met het resultaat, vertelt hij. Alles is gegaan zoals hij had verwacht. Hij is er gerust op dat het allemaal goed blijft gaan.
Als Joke met Rien en Ineke vertrokken zijn, komt plotseling iemand in de rolstoel binnen. Het is Ineke, voortgeduwd door haar broer Dik. Dat moment vergeet ik nooit meer. Het is emotioneel. Op zo’n moment schieten woorden tekort. Het blijft onwerkelijk dat iemand zoveel voor jou over heeft. Gelukkig heeft ze geen noemenswaardige klachten, behalve de pijn aan de wond.
2. De weg omhoog
De tweede dag mag ik al naast het bed zitten. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan met al die slangen, maar de verpleging is dat wel gewend. En helemaal pijnloos verloopt het ook weer niet, maar ik ben de laatste die daarover zal zeuren.
Ik heb wel ruim de tijd om me bezig te houden met de vraag: wat is er nu veranderd? Voel ik me anders? . Ik voel me al frisser. Ik merk tot mijn eigen verrassing dat ik geen spierpijn of jeuk meer heb. Die twee waren de laatste maanden trouwe partners van me geworden. Zo trouw, dat ik me niet eens altijd bewust was van hun aanwezigheid. Maar nu zijn ze weg. En ik mis ze … als kiespijn. Gevolg is ook dat ik me nu al betrap op het feit dat ik van alles van plan ben als ik eenmaal thuis ben. Zo’n transplantatie doet dus ook veel in je hoofd.
De eerste bloeduitslagen wijzen wel op een verbetering van de nierfunctie, maar het is nog niet veel. Ik zit nu op een eGFR van 9. Ik merk dat de verpleging ook hogere verwachtingen had, maar de zaalarts verzekert mij dat het echt wel gaat stijgen. Hij merkt op dat het al bijna een verdubbeling is, vergeleken met voor de operatie. Ik moet geduld hebben. Ja, dat hoor ik al jaren. ’s Middags ga ik zelfs al aan de wandel. Wel met een rollator, maar je kunt niet vroeg genoeg beginnen met oefenen daarmee. Ik loop er ook niet erg florissant bij met alle slangen en in mijn onderbroek. En onderweg kom ik Joke en Rien en Ineke tegen. Ze zijn verbaasd mij al te zien lopen, zeggen ze, maar misschien wel meer verrast hoe ik erbij loop. Ze zeggen dat ze bewondering hebben voor mijn slanke benen.
De volgende dag merk ik dat ik die katheter wel kwijt wil. Ik probeer in de ochtend een deal te sluiten met de verpleging, dat ze die eruit halen. Helaas, zoals ik al eerder aangaf, de inspraak is belabberd. Ze laten zien dat de urine nog niet schoon is en daarom houden ze het nog in de gaten. Maar ze hebben wel een andere maatregel: de morfinepomp gaat er af. En dat vind ik nog niet zo’n goed idee. Ze zijn bang dat ik eraan verslaafd raak.
Joke komt voor het eerst alleen uit Vierhouten gereden. En je kunt aan haar zien dat ze trots is op die prestatie. En terecht! Voor haar zijn deze dagen super vermoeiend, met al die telefoontjes, heen en weer reizen en de spanning. Ik krijg de groeten van een hele rits mensen, die allemaal meeleven, maar die ze dus ook allemaal aan de telefoon heeft gehad. En Geerten en Clina komen uit Zuid-Limburg kijken hoe goed het met me gaat. Clina vertelt dat Geerten echt teleurgesteld was dat hij geen nier kon doneren. Dat ontroert me ook. En dat is niet de eerste keer dat ik het hoor. Je kunt je ook voorstellen dat mensen opgelucht zouden zijn als ze niet hoeven te doneren, maar blijkbaar werkt dat anders. Overigens zijn mijn broers Dick en Kees erg meelevend: de eerste dagen bellen ze me elke dag om te vragen hoe het gaat.
De dagen na de transplantatie zijn helemaal vol gepland met activiteiten. Elke dag is er een nieuwe verrassing. Zo wordt iedere morgen mijn gewicht gemeten. Dat gaat wel heel comfortabel, want ik mag er bij gaan zitten. Leuke bijkomstigheid is dat ik elke dag een pond lichter wordt. Voor Joke is dat jaloersmakend. Blijkbaar hield ik nogal wat vocht vast.
Ik heb geen gebrek aan belangstelling. Joke is er elke dag. Het heen en weer rijden tussen Vierhouten en Amsterdam lijkt al routine te worden. Dick en Wilma zijn al snel van de partij en nicht Riek komt ook even kijken als ze bij haar zus Ineke op bezoek is. Rien en Ineke combineren een korte vakantie in Amsterdam met een bezoekje en Martijn en Clarien komen ook even kijken of het wel goed met mij gaat. Allemaal hartverwarmend.
Bijzonder is het artsenbezoek op dinsdag. De hele kamer staat vol met witte jassen en op de gang staan er ook nog een paar. Ik tel er totaal wel tien. De zaalarts vertelt aan de anderen waarom ik hier lig. Ik heb zelfs internationale belangstelling, want er is een arts uit Frankrijk bij. Ze vragen of ik nog iets te vragen of op te merken heb. Ik probeer nog één keer een ander dieet te vragen, maar meer dan begripvolle glimlachjes krijg ik niet.
De nierfunctie gaat gestaag omhoog. De derde dag zit ik al op 13 en twee dagen later is hij al boven de 20. Nu gaat het snel. Wie weet waar we nog eindigen.
Inmiddels is Ineke naar huis vertrokken. Ze moet nog rustig aan doen en mag niet tillen, maar verder gaat het goed. Ze heeft alleen moeite met de ontlasting.
De vierde dag krijg ik opdracht om op een IPad een filmpje te bekijken. Het gaat over het medicijngebruik. Van verschillende soorten medicijnen wordt uitgebreid verteld wat de bijwerkingen kunnen zijn. Gelukkig krijg ik ze niet allemaal en ik heb ook nog de mazzel dat ik meedoe met een experiment waardoor ik minder medicijnen tegen de afweer krijg.
Overigens is mijn lichaam nog wel een beetje in de war: de bloeddruk is nog te hoog en de bloedsuiker vliegt alle kanten op. Sinds de operatie zit ik aan de insuline. Maar men verwacht dat het vanzelf beter zal gaan.
Nu ik alles van de medicijnen weet en ook allerlei waarschuwingen krijg dat de medicijnen tegen de afweer heel belangrijk zijn en niet vergeten mogen worden, gaan ze over op de volgende fase. Elke morgen krijg ik een bak vol met medicijnen. Nu moet ik zelf aan de hand van een lijst uitzoeken welke medicijnen ik op welk moment moet slikken. Ze willen controleren of ik er wel op de goede manier mee omga. Elke keer als het tijd voor medicijnen is moet ik bellen en komt de verpleegster controleren of het goed is. Het is een heel gedoe, want al die pillen lijken op elkaar. Ze proberen je ook van de wijs te brengen door af en toe teveel van het ene medicijn in de bak te doen en soms te weinig van een ander. Maar alles gaat steeds goed en ze zijn tevreden over mij.
De volgende stap is dat ik de insuline zelf moet spuiten: eerst onder streng toezicht, later wordt de verpleging wat soepeler in de controle.
Elke dag ga ik uit bed om een stukje te lopen. Ik merk wel dat de conditie nog niet helemaal terug is.
Er zit nog een JJ-katheter tussen de nieuwe nier en de blaas: die moet ervoor zorgen dat de aansluiting aan de blaas even wordt ontzien, zodat dat goed kan genezen. Ze beloven dat ze die er nog uithalen, waarschijnlijk vlak voordat ik naar huis mag. Gelukkig ben ik de andere katheter na vier dagen kwijt. Ik moet nog wel de urine opvangen in een container, want ze blijven alles controleren.
Na vijf dagen ga ik verhuizen. Mijn kamer moet gebruikt worden voor een patiënt die een eenpersoons kamer harder nodig heeft dan ik. Ik kom te liggen op een tweepersoons kamer naast een man die erg ziek is. Hij heeft al de tweede donornier en nu is er weer iets mis.
Ik merk dat er steeds twee mannen op de gang zitten. Het lijkt of ze zich zitten te vervelen, maar ze zijn er wel continu, zelfs in de nacht. Het blijken twee gevangenbewaarders te zijn; op de kamer naast ons ligt een gevangene met nierproblemen. En zij moeten er dus voor zorgen dat hij niet de benen neemt. Aangezien de gevangene behoorlijk ziek is, hebben ze geen zware taak. Als Joke tegen de avond naar huis gaat bieden ze haar zelfs aan om haar naar de auto te begeleiden.
Ik merk dat ik soms helemaal niet aan mijn nieuwe nier denk: het is al heel gewoon, hoewel ik nog wel in een spannende fase blijk te zitten. Elke dag wordt mijn bloed en urine nauwkeurig gecontroleerd. Ik krijg wel steeds meer vrijheid. Zo mag ik met Joke naar beneden om wat te drinken. En dat geeft mij de kans een keer een saucijzenbroodje te eten. Heerlijk, zo’n lekker vette en zoute snack. In de lift hebben we een leuke ontmoeting met de verpleegkundige die destijds de screening van Joke begeleidde. Ze herkent Joke nog en is blij te horen dat alles uiteindelijk goed gekomen is.
Als vriendin Marjan op bezoek komt heeft ze wel een probleempje: ik lig op de zevende verdieping en zij mag niet in een lift. Ze besluit de trap te nemen maar ontdekt dat tussen elke verdieping nog een tussenlaag is. Dus al met al zijn het wel veel trappen. Op de vierde verdieping besluit ze het risico maar te nemen. Het gaat gelukkig goed.
De hele operatie heeft ook wel wat teweeg gebracht in mijn hoofd: nu die sluier van vermoeidheid weg is betrap ik me erop dat ik weer plannetjes zit te maken. Het geeft mij nog meer energie. En ik verheug me op komende vakanties, en weer heerlijk wandelen.



