Print blogartikel
Blog
Overdaad schaadt
Over de griepprik, overdaad en ijverig sporten en rugpijn
18 maart 2019 | 5 minuten lezen
Ik kan momenteel niet op of om door de rugpijn. Het was ook niet zo’n goed idee om meteen na een griepperiode al zo fanatiek te sporten.
Na eerst een jaar geleidelijk op gang komen na mijn transplantatie heb ik er intussen alweer een jaar sportschool op zitten. Aanvankelijk was dat echt wennen want tijdens de nierfalen periode was ik heel wat spiermassa kwijtgeraakt.
Langzaam maar zeker bouwde ik het op, verzwaarde ik, in overleg met de coach, de oefeningen en de gewichten van de krachtapparaten. Geleidelijk natuurlijk, rustig aan dan breekt het lijntje niet. Vertel mij wat, nooit overdrijven, na zoveel jaren steeds passiever door nierfalen wist ik dat natuurlijk wel.
Maar toch…. Voor die ellende van het nierfalen duidelijk werd en vermoeidheid de overhand kreeg vond ik het onder andere heerlijk om in de Alpen, Oostenrijk en Zwitserland, bergwandelingen te maken. Over de smalle steile kronkelpaadjes, serpentines genoemd, sjokten we dan langzaam en beheerst richting gletsjer. Af en toe werden we ingehaald door enthousiaste mensen die het wel even sneller zouden doen. Die mensen sjokten we meestal na enige tijd vriendelijk groetend voorbij als ze stonden uit te hijgen van het haastig “traplopen”. Urenlang gingen we verder in de houding zoals ook de Oostenrijkse harmonie of begrafenisstoet door stijgende straatjes gaat, rustig en regelmatig, de ene voet voor de andere, zonder te veel in te spannen, tot we de top hadden bereikt. Hoe hoger je kwam, hoe rustiger het werd. Snelwandelaars waren dan meestal niet meer te bekennen.
Dat bergwandelen is nu een mooie herinnering, maar het is meer, het wordt een deel van je, want ergens van binnen denk ik dat ik het nog steeds kan, ook al word ik binnenkort 73 jaar. De optimistische menselijke geest blijft lang jong.
Vorig jaar om deze tijd, de vochtige periode van najaar en kou van de winter, mocht ik helaas negatief genieten van een forse longontsteking. Die heeft mij zeker drie maanden passief gehouden. Door dat hoesten, koorts en pijn lijden ben ik toen ook ruim twee maanden niet naar de sportschool geweest. De dokter adviseerde me daarom om dit jaar toch maar een griepprik te halen, iets dat ik nog niet eerder gedaan had. Ik had altijd vertrouwd op mijn natuurlijke afweersysteem en regeneratievermogen. Ik realiseerde me nog onvoldoende dat mijn afweersysteem momenteel, mede door ‘de pillen tegen afstoting’ op een laag pitje was gezet. Zo gezegd zo gedaan. Ik heb die griepprik gehaald.
De griepprik heeft gewerkt, denk ik, want deze keer ben ik maar zes weken grieperig verkouden geweest, maar nagenoeg zonder koorts. Het was in ieder geval geen longontsteking geworden zoals vorig jaar.
Ik stond daar dan, gezond en hoestvrij in de rij bij al die andere oudere griepprik halende mensen waarvan er al enkelen aan het kuchen waren. Een ervan stond in mijn nek te hijgen op het moment dat de doktersassistente mij injecteerde. Lopendebandwerk was het.
Twee dagen later begon ik te hoesten. Tegen een vriend, die zelf huisarts is, zei ik voor de grap: “dat komt vast van die griepprik”. Hij ging er meteen serieus op in. “Dat kan niet, het is een dode stof die je ingespoten krijgt, die kan dat niet veroorzaken. Het doel is dat je lijf afweerstoffen gaat aanmaken. Misschien heb je in de rij gestaan bij iemand die verkouden was.” Lachend bedankte ik hem en vertelde hem hoe het gegaan was.
Maar ja, de verkoudheid zette door. Ik bleef wel naar de sportschool gaan, maar steeds met frisse tegenzin en ik sloeg ook een aantal keer over. Ik voelde me moe en maakte vaak mijn oefenprogram niet af omdat het gewoon niet ging. Mijn denken was ook nogal somber. Dat krijg je vaak als je moe bent en alles lijkt tegen te zitten. Steeds dacht ik om toch maar met die sportschool te gaan stoppen. Maar, het is dat ik betaald heb en graag waar voor mijn geld krijg.
Ergens had ik natuurlijk ook nog wel het realistische besef dat deze vermoeidheid tijdelijk was en gerelateerd aan de verkoudheid. Als oud-verpleegkundige weet ik ook dat mensen, vooral mannen als die wat ouder worden, geneigd zijn om wel te zeggen dat ze het allemaal nog kunnen maar intussen niet hun stoel uitkomen, denken en daadwerkelijk doen gaan dan door elkaar lopen, dat is het begin van passief leven. Dat takelt sneller af.
Zo’n zittend bestaan ambieer ik nog niet. Maar je gaat toch overal over nadenken als je niets beters te doen hebt.
Nu onder andere over vitamines.
Getransplanteerde mensen krijgen medicijnen waardoor het immuunsysteem verminderd wordt zodat het nieuwe orgaan, dat door het lichaam als een vreemde indringer wordt gezien, niet wordt afgestoten.
Wie verkouden is, is geneigd om extra vitaminen te nemen of natuurmiddelen als Echinacea. Vitamines werken als een katalysator, een procesversterker om je weerstand te vergroten. Ik vroeg me af, vloekt dat niet met de pillen tegen afstoting die het immuunsysteem juist laag houden?????
Hoe dan ook, het recht heeft gelukkig gezegevierd, de verkoudheid is nagenoeg over. Het optimisme komt weer om de hoek kijken. Ik ben ook weer gaan schrijven. Ik had voorgaande weken vaak genoeg inspiratie, maar het kwam er gewoon niet van door de gedachte: ”Dat doe ik straks wel, of later”. Maar het gaat weer. Ook maak ik weer allerlei plannen omdat ik nu denk het weer aan te kunnen omdat mijn hoofd weer helder is en mijn neus niet meer verstopt wat het lastig maakt om door te ademen, vooral ‘s nachts. Het is niet leuk om telkens met zo’n droge strot wakker te worden.
Maar goed, dat is zo goed als voorbij en ook op de sportschool ben ik weer actiever.
Waar ik de afgelopen weken met enige tegenzin maar heel plichtsgetrouw de voorgeschreven oefeningen deed op de sportschool ben ik, nu de lucht iets is opgeklaard, al wat meer gemotiveerd. Bij het afmelden bij de computer kreeg ik al een compliment “U heeft een intensieve training gedaan, goed zo”.
Zo ook de laatste keer.
Het ging best goed en tijdens mijn laatste oefening, op de loopband, werd ik blijkbaar iets te enthousiast, achteraf gezien. Ja, achteraf gezien heeft iedereen de wijsheid in pacht omdat je dan vaak al geconfronteerd bent met de gevolgen. Hardlopen doe ik niet op de loopband, wel stevig wandelen. Mijn looptempo staat al op 6 kilometer per uur en de afgelopen weken had ik ook al voorzichtig een helling van 2,5% ingevoerd, mijn vroegere bergwandelingen indachtig, want, wie weet. .
Het ging lekker, ik stapte lekker door. Met mijn vroegere bergwandelingen in gedachten meende ik de helling nog wel wat steiler te kunnen maken. Rustig aan natuurlijk, volgens mijn maatstaven die achteraf gezien niet met de tijd waren meegegaan.
Eerst de helling op 3,5% gedurende een minuut. Dat ging prima. Mooi dacht ik. Vanaf dat moment deed ik er iedere minuut een procent bij, tot 7,5% helling en dat liep ik gedurende tien minuten. Gevoelsmatig zat ik al bijna boven op een berg. Bij afmelden voelde ik me trots en kreeg ook weer een geweldig compliment van de computer.
Nu, de volgende dag, kan ik niet meer op of om. Ik barst van de spierpijn in mijn onderrug. Als ik wil opstaan uit de stoel moet dat heel voorzichtig. Als ik ga lopen moeten mijn benen aan mijn gewicht wennen en knikken weleens door. Bewegen en draaien gaat moeilijk. “Je kunt zelfs”, zoals ik een boer die zich vertild had eens heb horen zeggen, “nauwelijks je eigen gat afvegen”.
Zo, ouwe vent, zegt mijn vrouw lachend als ze me moeizaam kreunend ziet opstaan uit de stoel en door de kamer ziet schuifelen, maar ze heeft wel met me te doen hoor. Maar lachend zeggen we tegen elkaar: ”lekker hè, zo’n bergwandeling”. Ik had haar verteld van mijn enthousiaste loopband wandeling.
Zo zie je maar, niks doen is niks. Maar overdaad schaadt. En als toegift zegt mijn vrouw ook nog: “en dat had jij toch moeten weten met jouw achtergrond”. Maar ja, soms wint de behoefte om te presteren het van je kennis en gezond verstand. Dan is je drijfveer van ik wil zo graag toch sterker. Leuk, lief en lekker vragen om voldoening, Kennis en gezond verstand worden dan gewoon genegeerd of vergeten.
Dat geldt bij veel mensen helaas ook voor bepaalde voedingswaren. Ik heb er gewoon zin in, zegt men dan, of de dokter zegt: ”misschien kan een enkel keertje geen kwaad maar u moet het zelf weten”. Vaak is het troostvoer.
Zo klaar, genoeg gekletst, nu even lekker koffie gaan drinken, koekje erbij….
Even opstaan ….. oh ja, dat is waar ook, AU mijn rug.
ps. ik heb intussen alweer een aantal boeken mogen verkopen. Mijn nierdagboek.
"Dagboek voor en na mijn niertransplantatie". voor meer informatie
zie : www.harrievandersande.jouwweb.nl

