Print blogartikel
Blog
Vroeg op, jetlag kop.
Een dagboek vermelding.
20 november 2018 | 2 minuten lezen
Vroeg op, jetlag kop.
Vroeg op en ineens actief zijn is lastig voor mij, dat is na de transplantatie niet helemaal overgegaan.
Ik schrijf mijn dagboekverhalen zoals ik me voel en zoals de situatie voor mij op dat moment is. Dat deed ik ook in mijn “dagboek voor en na mijn niertransplantatie”. Meteen opschrijven, dezelfde dag, als alles nog vers in het geheugen zit. Dat deed ik ook meteen na de operatie, al was mijn waarneming toen af en toe vervormd door de morfine in mijn lijf. Maar een beetje hallucineren was wel grappig, want de realiteit won het toch steeds weer.
Andere blogs schrijf ik uit mijn herinnering, ook al weet ik dat herinneringen door de tijd beïnvloed kunnen worden door nieuwe omstandigheden, dat heet dan geheugenvervalsing. ‘Ik weet het zeker’, blijkt dan toch vaak een beetje anders als ik mijn dagboek teruglees. www.harrievandersande.jouwweb.nl
Vanmorgen heb ik voor het eerst ons nieuwe hondje in de ochtend uitgelaten. Dat hebben we nu enkele weken in huis, sinds onze poes, na ruim 19 jaar bij ons, de poezenhemel heeft opgezocht.
Mijn vrouw laat anders altijd ‘s morgens het hondje uit omdat ik dan startproblemen heb. Vooral mijn hoofd heeft ’s morgens moeite om wakker te worden, dat voelt zwaar en loom en ontdooit maar langzaam. Het voelt alsof je midden in een diepe slaap ineens wakker schrikt. Ik noem het ‘een jetlag gevoel’. Nu ben ik bovendien ook nog verkouden, misschien wel door de griepprik die ik, voor het eerst van mijn leven op advies van de dokter, toch maar gehaald heb. Vorig jaar in de griepperiode had ik longontsteking dus koos ik nu maar eieren voor mijn geld.
Als ik weer thuiskom van de wandeling van ongeveer 15 minuten is het ontbijt bijna klaar. Dankbaar dat ik nog even de tijd heb ga ik toch nog maar even op de bank liggen om uit te hijgen, die verkoudheid maakt het extra lastig om door te ademen.
Na het ontbijt snij ik, zoals ik gewend ben, eerst nog even een korstje brood klein voor de vogeltjes, mijn gevleugelde vriendjes. Meestal komen die, zodra ik het brood buiten strooi, in grote getale uit de lange coniferen haag, de dakgoot en de bomen van de buren, aangevlogen. Tientallen mussen, enkele koolmeesjes. Koppeltje merels en een koppel tortelduiven, soms ook een roodborstje. Ik geniet er iedere keer weer van, zoals ik ook deed in die vermoeide, energiearme tijd vlak voor de transplantatie.
Deze keer was het anders, het bleef verbazend stil, geen vogel te bekennen.
Heel raar.
Ik keek even om de hoek van het huis, waar ik dacht een duifje gezien te hebben.
De sperwer die blijkbaar de voedertijd ook doorhad en daar nu zat te wachten op prooi wist zich ontdekt en vloog toen toch maar weg. De kust was weer veilig. Even later, eerst voorzichtig een voor een, kwamen mijn gevleugelde vriendjes toch van hun broodmaaltijd genieten op mijn terras.
Zo, ook weer gedaan.
Nu nog even douchen. Mijn hoofd is intussen al meer wakker en minder zwaar zoals meestal ongeveer een uur na het opstaan. een lekkere douche zal het nog wel beter maken. De dag kan nu dus weer nuttig verder worden ingevuld. Eerst wilde ik even deze blog schrijven en straks nog even naar de sportschool om de conditie op peil te houden. Vaak moet ik me er wel toe zetten om te gaan hoor, 2x per week naar de sportschool, maar de doorzetter wint.
