Print blogartikel
Blog
Dansen in het zand
Recensie over 'Dansen in het zand' van André Bek, ervaringen over het ontvangen van een nier.
26 augustus 2018 | 2 minuten lezen
“Dansen in het zand” van André Bek, over het ontvangen van een donornier. In zijn geval niet één maar vier keer, in een tijdsbestek van 20 jaar. Telkens van een levende donor. Het boek heeft als subtitel: Een leven in geschonken tijd. Iets wat velen van ons zullen herkennen.
Het is een boek dat boeit. Het is realistisch en humoristisch geschreven, een combinatie die het goed doet. Ongelooflijk, als je een nier kunt ontvangen wanneer je eigen nieren het laten afweten. Hoe ongelooflijk is het dan, als dit je tot vier maal toe overkomt. Hij heeft een nier ontvangen van achtereenvolgens zijn broer, vader, moeder en partner. Wat een emoties waar je telkens weer doorheen gaat. Wat een helse pijn moet die man gehad hebben. Na de operaties. Maar wat te denken van zijn ziekte, de ziekte van Berger, die telkens weer terug kwam? Te moeten merken dat je nieren het weer niet goed doen. Te moeten erkennen dat je niet meer kunt doen wat je zo graag zou willen doen. Het beetje bij beetje afscheid nemen valt hem zwaar, zonder in zelfbeklag te verzanden.
Zijn laatste transplantatie, waarbij hij een nier ontvangt van zijn partner, beschrijft hij het meest uitgebreid. De eerste drie ‘doet’ hij globaal af, afgewisseld met terugkijkjes naar zijn verleden, die de oorsprong van zijn denken of handelen verklaren. De spanning die hij doorgemaakt moet hebben, samen met zijn naasten, weet hij goed over te brengen op de lezer. Kan de transplantatie eindelijk plaatsvinden, na een paar maal te zijn uitgesteld? Gaat de nier het goed doen? Gaat de darmbacterie, waar hij langdurig last van had, weg? Eind goed, al goed zodat er weer een normaal leven mogelijk is?
Zijn netwerk houdt hij op de hoogte door nieuwsbrieven te sturen, die de basis hebben gevormd voor het schrijven van dit boek en die tevens voor een omslag in zijn houding naar zijn ziekte hebben gezorgd.
Wat mij geraakt heeft, is de humor waarmee hij zijn ziekte benaderde. Tegelijk ook een hardheid naar zichzelf, wat kennelijk bij mariniers hoort: Als je denkt dat je echt niet meer kan, kun je nog eens zoveel. Doorgaan, niet opgeven. Een soort Maarten van der Weijden, die de Elfstedentocht wil zwemmen voor het goede doel.
De herkenning van alles wat er rond de operatie gebeurde, heeft mij getroffen. Ik ben zelf ook in het Erasmus MC geopereerd en bepaalde gebeurtenissen zie ik zo weer voor me. De tweepersoonskamers waren niet groot, als het tweede bed eruit moest, dan moest het eerste bed eerst verschoven worden, anders paste het niet. Na de nieuwbouw behoorde dat tot het verleden, maar dat was net na mijn tijd.
Ik was erg op zoek naar herkenning, naar mensen die hetzelfde hadden meegemaakt en deels heb ik dat gevonden in dit boek. Ik heb een autotransplantatie van mijn nier gehad, iets wat niet zo vaak voorkomt. Misschien daarover meer in een volgend blog.
Dit boek is een aanrader voor zowel gevers als ontvangers van een nier. De herkenning zal er zeker zijn en kan helpend zijn in het proces wat een ieder daarin doormaakt.
Accepteren wat je echt niet kunt veranderen en proberen binnen die grenzen zin te geven aan het leven. Dat is wat je in het boek tegenkomt en wat stimulerend werkt. Iets wat ik iedereen toewens.




