Print blogartikel
Blog
Zomerse hitte, Suiker en Diabetes
Zomerse hitte, schommelende suikers en een nieren-spagaat: mijn handleiding voor de warme dagen
6 juli 2026 | 2 minuten lezen
Iedereen wordt vrolijk van 25 graden en een terrasje. Ik krijg er een soort inwendig alarmsysteem van dat rood knippert. Zodra het kwik boven de 25 graden komt, gaan mijn nieren en mijn bloedsuiker uit elkaar als een stel dat al maanden niet meer door dezelfde deur past. De één wil alles vasthouden, de ander gooit spontaan alles overboord, en ik sta ertussenin met een glucosemeter en een lastige vraag: waarom kan niks in mijn lijf gewoon één keer hetzelfde blijven?
De hitte-chaos in mijn bloedbaan
Mijn bloedsuiker gedraagt zich in de zomer als een puber met net zijn rijbewijs: onvoorspelbaar, met pieken die nergens op slaan. De ene dag jaagt de hitte mijn insuline sneller door mijn lijf dan ik kan bijhouden, en duik ik richting een hypo voor ik het doorheb. De andere dag besluit mijn lichaam dat hitte-stress ook prima grondstof is voor een suikerpiek, alsof het denkt: "nou, laten we het gewoon nóg ingewikkelder maken." Tegen de tijd dat ik denk dat ik het patroon te pakken heb, verandert het weer. Het is meten, corrigeren, en vervolgens toekijken hoe mijn lichaam alsnog zijn eigen plan trekt.
De nieren-spagaat: drinken of niet drinken
Normale mensen krijgen bij dit weer het advies "drink veel water!" alsof dat de simpelste oplossing ter wereld is. Bij mij ligt dat anders, want mijn nieren zijn twee ambtenaren die al jaren met pensioen willen maar nog steeds (met tegenzin) dienst draaien. Te weinig drinken en mijn bloed dikt in als oude jam, met nog hogere suikerwaardes tot gevolg. Té veel drinken en diezelfde ambtenaren gaan collectief staken, met vocht dat zich ophoopt op plekken waar het niet hoort. Het "goudlokje-volume" (niet te veel, niet te weinig, precies goed) bestaat in theorie. In de praktijk lijkt het meer op een gokje dat ik elke ochtend opnieuw waag.
Voeg daar het sloomheid-gevoel van de hitte aan toe en je snapt: een boodschap doen wordt op deze dagen een expeditie waar ik me mentaal op moet voorbereiden.
Wat ik doe om het vol te houden
Ik meet inmiddels vaker dan me lief is, want de hitte is een geniale camouflage-kunstenaar: zweten en een snelle hartslag horen ook gewoon bij een warme dag, dus een hypo kan zich daar makkelijk achter verschuilen. Mijn insuline en sensor krijgen inmiddels een eigen koeltasje, want insuline houdt van hitte ongeveer net zoveel als ik van bijsluiters niet dus, en het wordt gewoon slap en werkeloos als het te warm wordt. Vocht spreid ik over de dag in kleine beetjes, in plaats van het in twee liters weg te hakken, zodat mijn nieren niet acuut in paniek raken. En alles wat buiten moet gebeuren, verplaats ik naar vroeg in de ochtend of laat op de avond, wanneer de zon even net zo lusteloos is als ik.
De conclusie
Het vervelende is: soms doe ik alles exact volgens plan "meten, koelen, spreiden, timen" en vliegen mijn waardes alsnog alle kanten op. Niet omdat ik iets fout doe, maar omdat mijn lichaam nu eenmaal twee chronische aandoeningen combineert die geen van beide zin hebben om met de ander samen te werken. Dat went niet, en ik ga ook niet doen alsof het went. Wat wel helpt: accepteren dat controle hier een illusie is die ik elke dag opnieuw moet loslaten, en dat de zomer me evenveel incasseringsvermogen kost als plezier oplevert. Beide zijn waar, en ik hoef er geen mooi verhaal van te maken.
Groetjes, Berrie


