Print blogartikel
Blog
Even een dagje anders
een dagje erop uit georganiseerd door de NVN.
15 juni 2026 | 2 minuten lezen
Even de zee op — of hoe ik een rood bakje leerde kennen
Even een uitstapje in mijn blogs. Een tijdje geleden las ik dat je een dagje mee kon zeilen op een jacht over de Noordzee. En nee, je hoefde niet aan de zeilen te hangen — want dan had ik al bij de inschrijving afgehaakt. Ik dacht nog grootmoedig: ik kan altijd helpen in de keuken. (Niet aan mijn vriendin vertellen, want die gaat me daar nu aan houden.)
Ik schreef me in, en een paar dagen voor vertrek arriveerde de uitnodiging: we waren welkom. Okidoki, hoe erg kan het zijn.
14 juni, 09:30 uur, Rotterdam. Het schip 'De Eendracht' lag al op ons te wachten. Barbara had me afgezet en ging de auto parkeren. Ik zat ontspannen op de kade op een bankje in de zon — heerlijk om zo de dag te beginnen. Even later klonk er gemomper achter me: de parkeerplaats was eng smal. Ik gniffelde een beetje en besloot daar niets over te zeggen. Verstandig.
Aan boord was het prima geregeld. Tas neerleggen, lekker plekje op het dek gevonden, kopje koffie in de hand — en daar pruttelde De Eendracht langzaam de Noordzee op. Ik had zin om de zeilen te zien gehesen worden. (Gehesen? Opgetrokken? Hoe heet dat eigenlijk? Geen idee.) De motor ging uit, de wind nam het over, en ik voelde me even heel even één met de zee.
Dat duurde precies tot het moment dat de zee zich ook één voelde met mijn maaginhoud.
Ondanks zeeziektemedicatie heb ik van de zeilreis weinig meegekregen, behalve een intensieve studie van de binnenkant van een rood bakje. De details sla ik over — u begrijpt de situatie. Het personeel was attent en hulpvaardig, en ze kwamen regelmatig vragen hoe het ging. Ze kregen steeds een antwoord dat hen deed besluiten liever toch maar wat afstand te bewaren.
Pas toen we terugvoeren en de Maas op gingen, kalmeerde de wereld. De Eendracht gedroeg zich keurig, en we werden beloond met een portie 'Blauwe hap' — voor de militairen onder ons een vertrouwde term voor nasi en bami. Voor mij op dat moment een culinair dilemma: ik moest iets eten, maar wilde eigenlijk niets. Ik heb met lange tanden gegeten. Niet omdat het niet goed was, maar omdat het rode bakje nog steeds ergens in mijn hoofd ronddreef.
Terug op de kade was ik blij met vaste grond onder mijn voeten. En toch — echt waar — was ik tevreden. De tocht was prachtig, de mensen op het schip waren geweldig, en zodra de zee achter ons lag, heb ik met volle teugen genoten. Mijn droom om ooit een wereldreis per zeilboot te maken gooi ik echter voorzichtig bij het oud papier. Dat gaat hem niet worden.
Dank aan de NVN voor deze kans. En aan het rode bakje: bedankt voor je diensten.
Groetjes,
Berrie



