Print blogartikel
Blog
De Onzichtbare Burger
Een stukje ervaring opgedaan met hoe het tegenwoordig (kan) gaan in de zorg.
4 januari 2026 | 2 minuten lezen
Wie vangt mijn vriend op?
De titel van deze column voelt misschien vreemd aan. Mijn goede vriend, alleenstaand? Nee hoor, ik gelukkig niet! En een andere vriendin ook voor hem. Maar de realiteit van de afgelopen weken heeft me geleerd dat 'niet alleenstaan' in de ogen van de Nederlandse zorg een papieren werkelijkheid is die levensgevaarlijk kan zijn.
Rond 15 december veranderde alles. Een hersentumor bij een maat van me. Uitvalverschijnselen in zijn been. Van de huisarts direct naar de neuroloog, en van de neuroloog direct naar een ziekenhuisbed. En daar begint de machine te piepen en te kraken. Mijn vriend is alleenstaand. Geen kinderen. Familie op grote afstand. Wij, zijn vrienden, wonen ook ver weg. "Even wat spullen brengen" is een logistieke dagtaak.
Afgelopen vrijdag bracht ik hem van het ziekenhuis naar een verpleeghuis. Hij mag simpelweg niet alleen thuis zijn zolang de onderzoeken lopen. Maar bij aankomst in het verpleeghuis knapte de zeepbel van de 'zorgzame samenleving'.
Ik meld me bij de receptie voor een rolstoel om hem naar binnen te krijgen. Het antwoord? "Die hebben we niet. Die moet de familie of de mantelzorger zelf maar regelen."
Terwijl mijn vriend met een hersentumor en een haperend been in de auto wacht, sta ik oog in oog met een instelling die de verantwoordelijkheid over de schutting dondert voordat de patiënt überhaupt over de drempel is. "Kan meneer niet zelf lopen?" vroeg de receptioniste. Op mijn geagiteerde vraag of ik hem dan maar in brandweergreep naar binnen moest sjouwen, volgde een ongemakkelijke lach: "Ja, dat kan ook."
Uiteindelijk was het de dame van de horeca – niet de zorg, niet de receptie – die de menselijkheid begreep en bij de fysiotherapie een stoel ritselde.
En daar stopte het niet. Medicatie? "Moet de mantelzorger maar ophalen bij zijn eigen apotheek." Rolstoel voor de komende dagen? "Regel het zelf maar."
De blinde vlek van de participatiesamenleving We hebben de mond vol over zelfredzaamheid. Maar het systeem is gebouwd op een verouderd model: de man met een vitale echtgenote, drie kinderen in de buurt en een buurvrouw met tijd. Ben je die man niet? Dan ben je een foutmelding in de software van de zorg.
Als ik er die dag niet was geweest, had mijn vriend daar zonder medicijnen gezeten, vastgenageld aan een bed omdat hij geen rolstoel had en niemand om er een te huren. De zorginstelling faciliteert een bed, maar wast haar handen in onschuld zodra het op de menselijke basisbehoeften aankomt.
We dwingen mensen tot participatie, maar we sluiten de ogen voor degenen die geen toegang hebben tot dat netwerk. Wat als je niemand hebt? Wat als je zelf niet in staat bent om een taxi te bellen of je eigen medische hulpmiddelen te organiseren?
Op dit moment is het antwoord van de zorg: "Succes ermee." En dat is geen zorgbeleid, dat is een moreel faillissement.
Groetjes
Berrie



