Blog

Vrijdag 11 augustus 2017

In de nacht van vrijdag 11 op zaterdag 12 augustus werd ik midden in de nacht wakker met hevige rugpijn. In de komende blogs neem ik jullie mee in mijn medisch avontuur die in mijn beleving op vrijdag 11 augustus 2017 begon.
16 april 2019 | 3 minuten lezen

Vrijdag 11 augustus, een dag die heel normaal begon. Om 06.40 ging mijn wekker af en zoals ik altijd doe drukte ik nog twee keer op snooze. Om 07.00 stond ik dan echt op en was het als gewoonlijk weer haastwerk om op tijd op mijn werk te komen. Ik werk als programmabegeleider op het AZC in Delfzijl. Het is belangrijk om op tijd te komen, we nemen de dienst over van de nachtploeg en die willen graag naar huis om lekker te gaan slapen. Die ochtend kwam ik weer nipt op tijd om 08.00 aan. Die ochtend draaide ik zoals gewoonlijk taalcafé voor bewoners en ’s middags was er een tafeltennistoernooi georganiseerd voor bewoners. Ik deed ook fanatiek mee. Later in de middag reed ik euforisch naar huis want ik had toch mooi een paar potjes gewonnen.

Ik weet ook nog precies wat ik die dag gegeten heb, ik had niet zoveel zin om te koken en het was alweer lang geleden dat we (mijn man en ik) patat hadden gehaald. Ik reed naar het winkelcentrum waar ik eerst nog even boodschappen deed en vervolgens haalde ik patat en snacks bij de snackbar. Voor mijzelf was dat een raspatat oorlog en een kaassoufflé.

Tegen elven ga ik meestal naar bed, dat was die avond ook niet anders. Het lukte mij die avond slecht om in slaap te vallen, ik dacht nog: “ik eet voorlopig maar even geen patat meer.” Na veel woelen, wakker liggen, even uit bed voor water, beetje lezen ben ik uiteindelijk toch in slaap gevallen. Echter werd ik middenin de nacht plotseling wakker met vreselijke pijn, laag op de rug. Ik dacht toen: “nou ik hoef echt nooit weer patat.” Ik keek op de klok en ik zag dat het even na drie uur was. Ik stond op want ik moest wat doen om de pijn te verlichten. Ik liep naar de badkamer en ben in het bad gaan zitten en draaide de kraan open. Ik hoopte dat het warme water mij verlichting zou brengen. Er lag nog maar een klein laagje water in het bad, toen ik mij opeens heel erg draaierig begon te voelen. Ik voelde mij wegzakken, maar een moment later was ik weer klaarwakker en allert met opnieuw een vreselijke pijn en beroerdheid. Ik kon het niet onderdrukken en ik begon te braken. Zo lag ik in een bad met water gemengd met mijn eigen braaksel: “gatver, ik moet hieruit”, dacht ik.

Intussen was mijn man polshoogte komen nemen en ik vroeg hem of hij mij alsjeblieft uit bad wilde helpen. Ik had zelf niet meer de kracht om uit het bad te komen. Mijn man hielp mij uit bad en ik liet mij op de grond zakken, de pijn was ondragelijk. Ik kon niet zitten, niet liggen, niet staan, niet lopen. Kruipend over de vloer bewoog ik mij naar de douche om mij af te spoelen. Daarna kroop ik naar mijn bed, ik begon het heel erg koud te krijgen en ik vroeg mijn man om een handdoek om mij heen te slaan. Bij het bed aangekomen, probeerde ik op het bed te komen, maar bij die beweging moest ik weer braken. Op dat moment had ik nog steeds niet echt het besef dat er iets ernstigs aan de hand kon zijn. Ik zei tegen mijn man: “als het morgenvroeg nog zo is, dat moeten we toch maar even de dokter bellen.” Ik probeer vervolgens in bed te gaan liggen maar het ging gewoon niet … het was niet te doen.

Enigszins beschaamd pakte ik mijn telefoon en zocht het nummer van de doktersdienst. Ik val niet graag mensen lastig met mijn problemen. Ik toets het nummer in en al heel snel kreeg ik iemand aan de lijn. Eerst verontschuldigde ik mij nog dat ik op dit late tijdstip belde daarna vertelde ik haar over mijn klachten. Toen ze om mijn gegevens begon te vragen gaf ik de telefoon aan mijn man zodat hij het verder af kon handelen. Ik ging intussen de pijn wegpuffen … ik vroeg mij af welke pijn heftiger is, een kind krijgen of de pijn die ik op dat moment voelde. Ik zal het antwoord daarop nooit weten.

We mochten gelijk komen. Ik bezat nog de tegenwoordigheid van geest om even wat urine op te vangen. Daarna reed mijn man mij naar de doktersdienst, destijds nog aan het Damsterdiep in Groningen. Ik zat naast mijn man, te wiebelen op de stoel van de pijn, met een emmer tussen de benen. Bij de doktersdienst werden we vrijwel gelijk geholpen. Mijn urine werd gecontroleerd en intussen drukte de dokter op een aantal punten op mijn buik. Ik wilde haar eerst nog corrigeren door te zeggen dat ik geen buik- maar rugklachten had. Maar ik hield al snel mijn mond want ze drukte inderdaad al snel op een hele pijnlijke plek. Daarop concludeerde ze: “dat lijkt op iets met galblaas of nierstenen.” In mijn urine werden sporen van bloed aangetroffen. Wat dat te betekenen had, was op dat moment nog niet duidelijk.

Ze verwees ons door naar het ziekenhuis waar we zelf heen mochten rijden. Ze adviseerde ons om naar het Martini Ziekenhuis te gaan. Dit omdat ze in het UMCG druk bezig waren met slachtoffers van een ernstig ongeluk die een uur daarvoor binnen waren gekomen. Ik kreeg het potje urine weer in mijn handen gedrukt, bij het weggaan excuseerde ik mij nog even voor het ‘lastigvallen’ midden in de nacht.

Het was inmiddels 04.20 toen we richting de eerste hulp van het Martini Ziekenhuis reden. De dokter van de doktersdienst had intussen het Martini Ziekenhuis geïnformeerd dat we eraan kwamen. Daar zat ik weer met nog steeds helse pijnen in de auto richting het ziekenhuis niet wetende dat ik daar nog wel even zou gaan blijven. Daarover in mijn volgende blog meer!