Print blogartikel
Blog
Beeldvorming
Over persoonlijke inkijkjes
12 augustus 2018 | 1 minuut lezen
Overal, ja overal(!), waar een endoscoop naar binnen kon, is het op enig moment in mijn leven gebeurd. Niet elk onderzoek was even prettig, maar vraag de arts of je mee kan kijken en de afleiding van dat beeld vermindert stress, dempt pijn en verlicht ongemak.
Zo kreeg ik een uitgebreide inkijk in mijzelf zonder de hulp van een psychiater of psycholoog.
Toen kwam de CT-scan.
Als ik op de schuifbrancard lig, prikt de radiodiagnostisch laborant een naald in mijn rechterarm en legt uit dat ik na enkele minuten in de tunnel een contrastvloeistof ingespoten krijg. Dat zet mijn aderen uit en kan een apart gevoel geven, waarschuwt hij me. Ik knik dat ik hem begrepen heb en wacht af.
Schokkend schuif ik het apparaat in en stel me voor hoe de röntgentechniek mij microscopisch fileert om een goed inwendig beeld te vormen.
Dan ineens een kleine tinteling in mijn arm.
De waarschuwing van de laborant komt niet in de buurt van wat ik ervaar.
Het is sen-sa-tio-neel!
Terwijl een metalige vrouwenstem in de ruisende trommel instructies roept, trekt er een ongekende warmte door mijn onderlichaam. Ik lig doodstil, maar ik lijk inwendig op te zwellen. Het gevoel vervult me met geluk en rust. 'Geef me meer...'
Zo snel als het komt, verdwijnt het. Maar het is niet voorbij.
Nog eenmaal schuift de brancard me in een andere positie. Ik wacht glimlachend op mijn tweede shot.

